Art. 33 Verordening (EU) 2018/1861, Specifieke voorschriften voor verificaties of doorzoekingen met foto's, gezichtsopnamen en dactyloscopische gegevens
1. Indien foto's, gezichtsopnamen en dactyloscopische gegevens beschikbaar zijn in een signalering in SIS, worden dergelijke foto's, gezichtsopnamen en dactyloscopische gegevens gebruikt om de identiteit te bevestigen van een persoon die naar aanleiding van een alfanumerieke doorzoeking van SIS is gevonden.
2. Dactyloscopische gegevens kunnen in alle gevallen worden doorzocht om een persoon te identificeren. Dactyloscopische gegevens worden evenwel doorzocht voor identificatiedoeleinden indien de identiteit van de persoon niet met behulp van andere middelen kan worden vastgesteld. Dactyloscopische gegevens mogen altijd worden doorzocht om een persoon te identificeren. Daartoe omvat het centrale SIS een geautomatiseerd vingerafdrukidentificatiesysteem (AFIS).
3. Dactyloscopische gegevens in SIS in verband met overeenkomstig artikelen 24 en 25 ingevoerde signaleringen kunnen tevens worden doorzocht aan de hand van volledige of onvolledige reeksen vingerafdrukken of handpalmafdrukken die zijn aangetroffen op de plaats delict van ernstige strafbare feiten of terroristische misdrijven die worden onderzocht, mits met een hoge mate van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat die afdrukken van een dader van het strafbare feit zijn en op voorwaarde dat de doorzoeking tegelijkertijd in de relevante nationale vingerafdrukdatabanken van de lidstaat wordt uitgevoerd.
4. Zodra het technisch mogelijk is en mits voor de identificatie een hoge betrouwbaarheid kan worden gewaarborgd, mogen foto's en gezichtsopnamen worden gebruikt om een persoon te identificeren bij reguliere grensdoorlaatposten.
Voordat deze functie in SIS wordt ingevoerd, brengt de Commissie een verslag uit over de beschikbaarheid, de gereedheid, en de betrouwbaarheid van de vereiste technologie. Het Europees Parlement wordt over dit verslag geraadpleegd.
Na de start van het gebruik van de functionaliteit bij reguliere grensdoorlaatposten is de Commissie overeenkomstig artikel 61 bevoegd ter aanvulling van onderhavige verordening gedelegeerde handelingen vast te stellen over de bepaling van andere omstandigheden waarin foto's en gezichtsopnamen mogen worden gebruikt voor de identificatie van personen.