Art. 23 Verordening (EU) 2018/1861, Verenigbaarheid van signaleringen
1. Voordat een signalering wordt ingevoerd, controleert de lidstaat of voor de betrokken persoon reeds een signalering in SIS is ingevoerd. Daartoe wordt ook een controle met dactyloscopische gegevens verricht, indien deze beschikbaar zijn.
2. Voor eenzelfde persoon wordt per lidstaat in SIS slechts één signalering ingevoerd. Indien nodig kunnen andere lidstaten overeenkomstig lid 3 nieuwe signaleringen voor diezelfde persoon invoeren.
3. Een lidstaat die een nieuwe signalering wil invoeren met betrekking tot een persoon voor wie reeds een signalering in SIS is ingevoerd, controleert of de signaleringen niet onverenigbaar zijn. Indien ze niet onverenigbaar zijn, mag de lidstaat de nieuwe signalering invoeren. Indien de signaleringen onverenigbaar zijn, plegen de Sirene-bureaus van de betrokken lidstaten onderling overleg door het uitwisselen van aanvullende informatie, teneinde overeenstemming te bereiken. Regels inzake de verenigbaarheid van signaleringen worden vastgesteld in het Sirene-handboek. Van de regels inzake verenigbaarheid kan na overleg tussen de lidstaten worden afgeweken indien wezenlijke nationale belangen in het geding zijn.
4. Bij hits naar aanleiding van meervoudige signaleringen ten aanzien van dezelfde persoon, volgt de uitvoerende lidstaat de in het Sirene-handboek vastgelegde prioriteitsregels voor signaleringen.
Indien voor een persoon meervoudige signaleringen door verschillende lidstaten zijn ingevoerd, worden signaleringen met het oog op aanhouding die zijn ingevoerd overeenkomstig artikel 26 van Verordening (EU) 2018/1862, onverminderd artikel 25 van die Verordening, bij voorrang uitgevoerd.