Art. 1 Verordening (EU) 2018/1806
Deze verordening stelt de derde landen vastwaarvan de onderdanen onderworpen zijn aan of vrijgesteld zijn van de visumplicht op basis van een toetsing per geval aan een aantal criteria die onder meer verband houden met illegale immigratie, openbare orde en veiligheid, economische voordelen, in het bijzonder op het gebied van toerisme en buitenlandse handel, en de externe betrekkingen van de Unie met de betrokken derde landen, waarbij in het bijzonder wordt gekeken naar mensenrechten en fundamentele vrijheden alsmede naar de implicaties voor de regionale samenhang en de wederkerigheid.