Art. 66 Verordening (EU) 2018/1046, Niet-verplichte taken
1. Voor de in artikel 64, lid 2, onder b), bedoelde niet-verplichte taken kan een Europees bureau:
a) via zijn directeur delegatie van bevoegdheid ontvangen van instellingen van de Unie, organen van de Unie en andere Europese bureaus, samen met een delegatie van de bevoegdheid van ordonnateur voor kredieten in de begrotingsafdeling van de instelling van de Unie, het orgaan van de Unie of ander Europees bureau;
b) op ad-hocbasis overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau sluiten met instellingen van de Unie, organen van de Unie, andere Europese bureaus of derden.
2. In het in lid 1, onder a), bedoelde gevallen stellen de betrokken instellingen van de Unie, organen van de Unie en andere Europese bureaus de grenzen en voorwaarden voor de delegatie van bevoegdheid vast. Een dergelijke delegatie wordt goedgekeurd overeenkomstig de oprichtingsakte van het Europees bureau, met name wat betreft de voorwaarden en modaliteiten van de delegatie.
3. In de in lid 1, onder b), bedoelde gevallen stelt de directeur van het Europees bureau overeenkomstig de oprichtingsakte de bijzondere bepalingen vast voor de uitvoering van de taken, de terugvordering van kosten en het bijhouden van de desbetreffende boekhoudbescheiden. Het Europees bureau brengt over de resultaten van deze boekhouding verslag uit aan de betrokken instellingen van de Unie, organen van de Unie of andere Europese bureaus.