Art. 53 Verordening (EU) 2018/1046, Regels betreffende de personeelsformaties
1. De in artikel 52, lid 1, onder c), bedoelde personeelsformaties vormen voor iedere instelling en elk orgaan van de Unie een strikt maximum. Boven dit maximum wordt geen enkele aanstelling verricht.
Iedere instelling en ieder orgaan van de Unie mag evenwel wijzigingen in zijn personeelsformaties aanbrengen voor 10 % van de toegestane ambten, behalve voor de rangen AD 14, AD 15 en AD 16, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a) de wijziging heeft geen gevolgen voor de omvang van de personeelskredieten overeenkomend met een volledig begrotingsjaar;
b) het totale aantal toegestane ambten per personeelsformatie wordt niet overschreden;
c) de instelling of het orgaan van de Unie heeft deelgenomen aan een benchmark-studie met andere instellingen en organen van de Unie, waarmee is begonnen met de personeelsscreening van de Commissie.
Drie weken voordat zij de in de tweede alinea bedoelde wijzigingen aanbrengt, brengt de instelling van de Unie het Europees Parlement en de Raad op de hoogte van haar voornemen dit te doen. Worden binnen deze termijn door hetzij het Europees Parlement, hetzij de Raad naar behoren gemotiveerde bezwaren aangevoerd, dan ziet de instelling van de Unie af van het aanbrengen van deze wijzigingen en wordt de in artikel 44 vastgestelde procedure gevolgd.
2. In afwijking van lid 1, eerste alinea, kunnen de gevallen van arbeid in deeltijd waarvoor het tot aanstelling bevoegde gezag overeenkomstig de bepalingen van het statuut toestemming heeft verleend, worden gecompenseerd met andere aanstellingen.