Art. 52 Verordening (EU) 2018/1046, Inrichting van de begroting

Verordening (EU) 2018/1046

1. In de begroting worden opgenomen:

a) in de algemene staat van ontvangsten en uitgaven:

i) de geraamde ontvangsten van de Unie voor het lopende begrotingsjaar („jaar n”);

ii) de geraamde ontvangsten van het voorgaande begrotingsjaar en de ontvangsten van het jaar n-2;

iii) de vastleggings- en betalingskredieten voor jaar n;

iv) de vastleggings- en betalingskredieten van het voorgaande begrotingsjaar;

v) de in het jaar n-2 vastgelegde uitgaven en gedane betalingen, waarbij de betalingen tevens worden uitgedrukt als een percentage van de begroting van het jaar n;

vi) een passende toelichting bij elk in artikel 47, lid 1, bedoeld onderdeel, met inbegrip van de eventuele basishandeling alsook een passende uitleg over de aard en de bestemming van de kredieten;

b) in elke afdeling de ontvangsten en uitgaven volgens dezelfde structuur als beschreven onder a);

c) met betrekking tot het personeelsbestand:

i) een personeelsformatie waarin, voor elke afdeling, per rang in elke categorie en in elke groep, het aantal binnen de grenzen van de kredieten toegestane vaste en tijdelijke ambten is vastgesteld;

ii) een personeelsformatie van de uit de kredieten voor onderzoek en technologische ontwikkeling bezoldigde personeelsleden voor eigen werkzaamheden, en een personeelsformatie van de uit dezelfde kredieten bezoldigde personeelsleden voor werkzaamheden onder contract; de personeelsformaties zijn onderverdeeld naar categorie en naar rang, met onderscheid tussen vaste en tijdelijke ambten, waarvoor de uitgaven zijn toegestaan binnen de grenzen van de kredieten;

iii) een personeelsformatie waarin voor alle in artikel 70 bedoelde organen van de Unie die bijdragen ten laste van de begroting ontvangen, per rang voor elke categorie het aantal ambten wordt vastgesteld. In de personeelsformaties wordt naast het aantal voor het begrotingsjaar toegestane ambten het aantal ambten vermeld dat voor het voorgaande begrotingsjaar was toegestaan. Het personeel van het Voorzieningsagentschap van Euratom wordt afzonderlijk in de personeelsformatie van de Commissie opgenomen;

d) met betrekking tot financiële bijstand en begrotingsgaranties:

i) in de algemene staat van ontvangsten, de met deze verrichtingen overeenkomende begrotingsonderdelen die dienen voor het boeken van de eventuele aflossingen door ontvangers die aanvankelijk in gebreke waren gebleven. Die begrotingsonderdelen worden van de vermelding „pro memorie” (p.m.) en van de passende toelichtingen voorzien;

ii) in de begrotingsafdeling betreffende de Commissie:

— de begrotingsonderdelen met de begrotingsgaranties met betrekking tot de betrokken verrichtingen. Die onderdelen worden van de vermelding „pro memorie” (p.m.) voorzien zolang uit dien hoofde geen daadwerkelijke last is gebleken die uit de definitieve middelen moet worden gedekt;

— toelichtingen met verwijzing naar de basishandeling en vermelding van het bedrag van de overwogen verrichtingen, de duur ervan en de financiële garantie die de Unie voor de afwikkeling van zulke verrichtingen verstrekt;

iii) in een bijlage bij de begrotingsafdeling betreffende de Commissie, ter indicatie, ook van de betrokken risico’s:

— de lopende kapitaalverrichtingen en het lopende beheer van de schulden;

— de kapitaalverrichtingen en het beheer van de schulden voor jaar n;

e) met betrekking tot zonder een basishandeling in te stellen financieringsinstrumenten:

i) de met deze verrichtingen overeenkomende begrotingsonderdelen;

ii) een algemene beschrijving van de financieringsinstrumenten, met inbegrip van de looptijd en de gevolgen ervan voor de begroting;

iii) de beoogde verrichtingen, waaronder de beoogde volumes op basis van het verwachte multiplicator- en hefboomeffect;

f) met betrekking tot de door personen of entiteiten krachtens artikel 62, lid 1, eerste alinea, onder c), uitgevoerde middelen:

i) een verwijzing naar de basishandeling van het desbetreffende programma;

ii) de overeenkomstige begrotingsonderdelen;

iii) een algemene beschrijving van de actie, met inbegrip van de looptijd en de gevolgen voor de begroting;

g) alle GBVB-uitgaven in een hoofdstuk, „GBVB” getiteld, met specifieke artikelen die betrekking hebben op GBVB-uitgaven en specifieke begrotingsonderdelen bevatten waarin in ieder geval de belangrijkste missies worden vermeld.

2. Het Europees Parlement en de Raad kunnen naast de in lid 1 genoemde documenten nog ieder ander ter zake dienend document bij de begroting voegen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen