Art. 236 Verordening (EU) 2018/1046, Gebruik van begrotingssteun

Verordening (EU) 2018/1046

1. Wanneer de relevante basishandelingen hierin voorzien, kan de Commissie begrotingssteun verlenen aan een derde land op voorwaarde dat:

a) het beheer van de overheidsfinanciën van het derde land voldoende transparant, betrouwbaar en doeltreffend is;

b) het derde land op sectoraal of nationaal niveau een beleid voert dat voldoende geloofwaardig en effectief is;

c) het derde land macro-economische beleidsmaatregelen heeft ingesteld die op stabiliteit zijn gericht;

d) het derde land heeft gezorgd voor voldoende en tijdige toegang tot allesomvattende en solide begrotingsinformatie.

2. De betaling van de bijdrage van de Unie hangt af van het vervullen van de in lid 1 bedoelde voorwaarden, met inbegrip van de verbetering van het beheer van de overheidsfinanciën. Daarnaast kunnen sommige betalingen ook afhankelijk worden gesteld van het bereiken van mijlpalen, hetgeen wordt gemeten aan de hand van objectieve prestatie-indicatoren, waaruit de resultaten en de voortgang met de hervorming in de desbetreffende sector gaandeweg blijken.

3. De Commissie steunt in derde landen de eerbiediging van de rechtsstaat, de ontwikkeling van parlementaire controle en audit- en corruptiebestrijdingsbevoegdheden en streeft naar grotere transparantie en openbare toegankelijkheid van informatie.

4. De overeenkomstige financieringsovereenkomsten die met het derde land worden gesloten, omvatten:

a) een verplichting voor het derde land om de Commissie tijdig betrouwbare informatie te verstrekken op basis waarvan zij kan nagaan of de in lid 2 bedoelde voorwaarden zijn vervuld;

b) een recht van de Commissie om de financieringsovereenkomst te schorsen indien het derde land een verplichting in verband met de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen of de rechtsstaat niet nakomt, en in ernstige gevallen van corruptie;

c) passende bepalingen, die inhouden dat het derde land moet toezeggen om de relevante financiering voor acties onmiddellijk geheel of gedeeltelijk te zullen terugbetalen, indien wordt vastgesteld dat de betaling van de desbetreffende middelen van de Unie geschaad is door ernstige, aan dat land toe te schrijven onregelmatigheden.

Voor de verwerking van de terugbetaling bedoeld in de eerste alinea, onder c), van dit lid kan artikel 101, lid 1, tweede alinea, worden toegepast.

Vorige artikelen

Volgende artikelen