Art. 192 Verordening (EU) 2018/1046, Winstverbod

Verordening (EU) 2018/1046

1. Subsidies mogen niet tot doel of tot gevolg hebben dat zij de begunstigde binnen het kader van de actie of het werkprogramma winst opleveren („winstverbod”).

2. Voor de toepassing van lid 1 wordt winst gedefinieerd als een overschot van de ontvangsten ten opzichte van de subsidiabele kosten van de actie of het werkprogramma, berekend bij de betaling van het saldo, indien de ontvangsten beperkt zijn tot de subsidie van de Unie en de inkomsten die bij die actie of dat werkprogramma zijn gegenereerd.

In het geval van een exploitatiesubsidie worden de bedragen die zijn bestemd voor de opbouw van reserves, buiten beschouwing gelaten voor de toetsing van het winstverbod.

3. Lid 1 is niet van toepassing op:

a) acties die beogen de financiële capaciteit van een begunstigde te vergroten, of acties die inkomsten voortbrengen om de actie te laten voortbestaan na de periode van financiering door de Unie die in de subsidieovereenkomst is vastgesteld;

b) aan natuurlijke personen betaalde studie-, onderzoeks-, opleidings- of onderwijssteun of andere directe steun die wordt betaald aan de meest behoeftige natuurlijke personen, zoals werklozen en vluchtelingen;

c) door non-profitorganisaties uitgevoerde acties;

d) subsidies in de in artikel 125, lid 1, eerste alinea, onder a), bedoelde vorm;

e) subsidies van kleine bedragen.

4. Wanneer winst wordt gemaakt, heeft de Commissie het recht het percentage van de winst terug te vorderen dat overeenkomt met de bijdrage van de Unie in de subsidiabele kosten die de begunstigde bij de uitvoering van de actie of het werkprogramma werkelijk heeft gemaakt.

Vorige artikelen

Volgende artikelen