Art. 190 Verordening (EU) 2018/1046, Medefinancieringsbeginsel
1. Subsidies gaan gepaard met medefinanciering. De middelen die voor de uitvoering van de actie of het werkprogramma nodig zijn, zijn dientengevolge niet uitsluitend van de subsidie afkomstig.
Medefinanciering kan worden verstrekt in de vorm van eigen middelen van de begunstigde, door de actie of het werkprogramma voortgebrachte inkomsten, of bijdragen in geld of in natura van derden.
2. Bijdragen in natura van derden in de vorm van vrijwilligerswerk, dat overeenkomstig artikel 181, lid 8, wordt gewaardeerd, worden in de geraamde begroting opgenomen als subsidiabele kosten. Ze worden apart van andere subsidiabele kosten vermeld. Vrijwilligerswerk mag tot 50 % van de medefinanciering uitmaken. Voor de berekening van dat percentage wordt voor bijdragen in natura en andere vormen van medefinanciering uitgegaan van de ramingen van de aanvrager.
Andere bijdragen in natura van derden worden in de geraamde begroting apart van de bijdragen aan de subsidiabele kosten vermeld. Hun waarde wordt bij benadering in de geraamde begroting opgegeven en is niet onderworpen aan latere wijzigingen.
3. In afwijking van lid 1 kan een externe actie volledig door de subsidie worden gefinancierd indien dat voor de uitvoering ervan noodzakelijk is. In een dergelijk geval wordt in het toekenningsbesluit de rechtvaardiging daarvoor opgegeven.
4. Dit artikel is niet van toepassing op rentesubsidies en subsidies voor garantievergoedingen.