Art. 155 Verordening (EU) 2018/1046, Uitvoering van middelen van de Unie en begrotingsgaranties

Verordening (EU) 2018/1046

1. Personen en entiteiten die middelen van de Unie of begrotingsgaranties uitvoeren, verstrekken de Commissie:

a) een verslag over de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgarantie, onder meer betreffende het vervullen van de voorwaarden of het bereiken van resultaten als bedoeld in artikel 125, lid 1, eerste alinea, onder a);

b) ingeval met de bijdrage uitgaven worden vergoed, de rekeningen betreffende de gedane uitgaven;

c) een beheersverklaring betreffende de onder a) en zo nodig de onder b) bedoelde informatie, waarin wordt bevestigd dat:

i) de informatie op juiste, volledige en accurate wijze is gepresenteerd;

ii) de middelen van de Unie zijn gebruikt voor het beoogde doel als omschreven in de bijdrageovereenkomsten, de financieringsovereenkomsten of de garantieovereenkomsten of, in voorkomend geval, in de desbetreffende sectorspecifieke regelgeving;

iii) de ingevoerde controlesystemen de nodige garanties bieden in verband met de wettigheid en de regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen;

d) een samenvatting van de definitieve auditverslagen en van de verrichte controles, met een analyse van de aard en de omvang van de vastgestelde fouten en tekortkomingen in de systemen en een overzicht van de reeds genomen of geplande corrigerende maatregelen.

Wanneer, zoals omschreven in artikel 127, wederzijds in audits wordt vertrouwd, bevat de in dit lid, eerste alinea, onder d), bedoelde samenvatting alle relevante auditdocumentatie waarop een beroep moet worden gedaan.

Voor acties die worden beëindigd vóór het einde van het betrokken begrotingsjaar, mag het eindverslag in de plaats komen van de in de eerste alinea, onder c), bedoelde beheersverklaring, op voorwaarde dat dat verslag wordt ingediend vóór 15 februari van het volgende begrotingsjaar.

De in de eerste alinea genoemde documenten gaan vergezeld van een volgens internationaal erkende auditnormen opgesteld advies van een onafhankelijk auditorgaan. In dat advies wordt vastgesteld of de ingevoerde controlesystemen naar behoren functioneren en kosteneffectief zijn, en of de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn. In het advies wordt ook vastgesteld of de verklaringen in de in de eerste alinea, onder c), bedoelde beheersverklaring in de auditwerkzaamheden in twijfel worden getrokken. Indien een dergelijk advies ontbreekt, mag de ordonnateur op andere onafhankelijke middelen een beroep doen om een gelijkwaardige mate van zekerheid te verkrijgen.

De in de eerste alinea bedoelde documenten worden uiterlijk op 15 februari van het volgende begrotingsjaar aan de Commissie bezorgd. Het in de derde alinea bedoelde advies wordt uiterlijk op 15 maart van dat jaar aan de Commissie bezorgd.

De bij dit lid opgelegde verplichtingen gelden onverminderd met de EIB, het EIF, lidstaatsorganisaties, internationale organisaties en derde landen gesloten overeenkomsten. Met betrekking tot de beheersverklaring wordt in dergelijke overeenkomsten ten minste de verplichting voor die entiteiten opgenomen om de Commissie jaarlijks een verklaring te bezorgen dat de middelen van de Unie in het betrokken begrotingsjaar zijn gebruikt, en dat daarover rekening en verantwoording is afgelegd met inachtneming van artikel 154, leden 3 en 4, en van de in zulke overeenkomsten vastgelegde verplichtingen. Die verklaring mag in het eindverslag worden opgenomen indien de uitgevoerde actie tot 18 maanden beperkt is.

2. Personen en entiteiten nemen bij het uitvoeren van middelen van de Unie het volgende in acht:

a) zij houden zich aan de toepasselijke recht van de Unie en aan overeengekomen internationale normen en normen van de Unie, en ondersteunen derhalve geen acties die bijdragen aan witwassen, de financiering van terrorisme, belastingontwijking, belastingfraude of belastingontduiking;

b) zij gaan bij het uitvoeren van financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties overeenkomstig Titel X geen nieuwe verrichtingen aan en verlengen geen verrichtingen met entiteiten die zijn geregistreerd of gevestigd in rechtsgebieden die in het kader van het desbetreffende Uniebeleid op de lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voorkomen of die krachtens artikel 9, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/849 als derde landen met een hoog risico zijn aangemerkt of die in de praktijk niet voldoen aan op Unieniveau of internationaal niveau overeengekomen fiscale normen inzake transparantie en informatie-uitwisseling.

Entiteiten mogen alleen van de eerste alinea, onder b), afwijken indien de actie fysiek wordt uitgevoerd in een van die rechtsgebieden en er geen enkele aanwijzing bestaat dat de betrokken verrichting onder een van de categorieën van de eerste alinea, onder a), valt.

Bij het sluiten van overeenkomsten met financiële intermediairs nemen de entiteiten die financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties uitvoeren overeenkomstig Titel X, de in dit lid bedoelde eisen op in de desbetreffende overeenkomsten, en zij verlangen van de financiële tussenpersonen dat zij verslag uitbrengen over de naleving daarvan.

3. Bij het uitvoeren van financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties overeenkomstig Titel X nemen de personen en entiteiten de beginselen en normen van het Unierecht inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme in acht, met name Verordening (EU) 2015/847 van het Europees Parlement en de Raad (53) en Richtlijn (EU) 2015/849. Zij maken financiering in het kader van deze verordening afhankelijk van de bekendmaking van informatie over de uiteindelijk begunstigden in de zin van Richtlijn (EU) 2015/849, en maken verslagleggingsgegevens per land bekend overeenkomstig artikel 89, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (54).

4. De Commissie verifieert of de middelen van de Unie of de begrotingsgarantie gebruikt zijn overeenkomstig de voorwaarden die in de desbetreffende overeenkomsten zijn vastgelegd. Wanneer de kosten van de persoon of entiteit worden vergoed op basis van een vereenvoudigde kostenoptie overeenkomstig artikel 125, lid 1, eerste alinea, onder c), d) en e), zijn artikel 181, leden 1 tot en met 5, en de artikelen 182 tot en met 185 van overeenkomstige toepassing. Wanneer middelen van de Unie of de begrotingsgarantie zijn gebruikt in strijd met de in de desbetreffende overeenkomsten vastgelegde verplichtingen, is artikel 131 van toepassing.

5. Wanneer met de bijdrage van de Unie in het geval van multidonoracties uitgaven worden vergoed, bestaat de in lid 4 bepaalde procedure erin te verifiëren dat een bedrag dat overeenkomt met het bedrag dat de Commissie voor de betrokken actie heeft betaald, door de persoon of entiteit is gebruikt overeenkomstig de voorwaarden die in de desbetreffende subsidieovereenkomst, bijdrageovereenkomst of financieringsovereenkomst zijn vastgelegd.

6. Bijdrageovereenkomsten, financieringsovereenkomsten en garantieovereenkomsten omschrijven duidelijk de verantwoordelijkheden en verplichtingen van de persoon of entiteit die de middelen van de Unie uitvoert, met inbegrip van de in artikel 129 bepaalde verplichtingen en de voorwaarden voor betaling van de bijdrage. In dergelijke overeenkomsten wordt, indien van toepassing, tevens de onderling overeengekomen vergoeding bepaald die in verhouding moet staan tot de voorwaarden waaronder de acties moeten worden uitgevoerd, waarbij terdege rekening wordt gehouden met onstabiele en crisissituaties, en die in voorkomend geval op resultaten moet worden gebaseerd. Die overeenkomsten omvatten ook regels voor de verslaglegging aan de Commissie over de uitvoering van de taken, de verwachte resultaten met inbegrip van indicatoren om de resultaten te meten, en de verplichting voor personen en entiteiten die -middelen van de Unie uitvoeren, om de Commissie onverwijld kennis te geven van vastgestelde fraude en onregelmatigheden en het gevolg dat daaraan wordt gegeven.

7. Alle bijdrageovereenkomsten, financieringsovereenkomsten en garantieovereenkomsten worden aan het Europees Parlement en aan de Raad beschikbaar gesteld indien zij daarom verzoeken.

8. Dit artikel is niet van toepassing op de bijdrage van de Unie aan organen van de Unie die het voorwerp zijn van een afzonderlijke kwijtingsprocedure uit hoofde van de artikelen 70 en 71, met uitzondering van mogelijke ad-hocbijdrageovereenkomsten.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen