Art. 152 Verordening (EU) 2018/1046, Garanties
1. Behalve voor overeenkomsten en subsidies waarvan de waarde 60 000 EUR niet overschrijdt, kan de bevoegde ordonnateur, indien evenredig en op voorwaarde dat deze een risicoanalyse verricht, verlangen dat zekerheid wordt gesteld:
a) door contractanten of begunstigden ter beperking van de aan de voorfinanciering verbonden financiële risico’s („garantie voor voorfinancieringen”);
b) door contractanten om de inachtneming van essentiële contractuele verplichtingen te waarborgen in het geval van werken, leveringen of complexe diensten („uitvoeringsgarantie”);
c) door contractanten om tijdens de termijn van contractuele aansprakelijkheid de volledige uitvoering van de overeenkomst te waarborgen („retentiegarantie”).
Het JRC is vrijgesteld van het stellen van garanties.
Als alternatief voor een garantie voor voorfinanciering kan de bevoegde ordonnateur voor subsidies besluiten de betaling in verschillende tranches op te splitsen.
2. De bevoegde ordonnateur beslist of de garantie in euro of in de munteenheid van de overeenkomst of de subsidieovereenkomst dient te worden gesteld.
3. De garantie wordt verstrekt door een bank of door een erkende financiële instelling die door de bevoegde ordonnateur wordt aanvaard.
Op verzoek van de contractant of de begunstigde en mits de bevoegde ordonnateur ermee instemt:
a) kan de in lid 1, eerste alinea, onder a), b) en c), bedoelde garanties worden vervangen door een gezamenlijke en hoofdelijke garantie van de contractant of de begunstigde en een derde;
b) kan de in lid 1, eerste alinea, onder a), bedoelde garantie worden vervangen door een onherroepelijke en onvoorwaardelijke gezamenlijke garantie van de begunstigden die partijen zijn bij dezelfde subsidieovereenkomst.
4. De garantie heeft tot gevolg dat de bank of de financiële instelling of de derde onherroepelijk hoofdelijk zekerheid stelt of op eerste verzoek garant staat voor de verplichtingen van de contractant of de begunstigde.
5. Wanneer de bevoegde ordonnateur tijdens de uitvoering van de overeenkomst of de subsidieovereenkomst ontdekt dat een borg niet of niet langer gemachtigd is tot het verstrekken van garanties in overeenstemming met het toepasselijke nationale recht, eist hij of zij dat de contractant of de begunstigde de door de borg verstrekte garantie vervangt.