Art. 69 Verordening (EU) 2018/858, Onafhankelijkheid van de technische diensten
1. Een technische dienst, met inbegrip van zijn personeel, is onafhankelijk en voert de activiteiten waarvoor de dienst werd aangewezen, uit met de grootste mate van beroepsintegriteit en met de vereiste technische bekwaamheid op het specifieke gebied waarin hij actief is, en is vrij van elke druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die zijn oordeel of de resultaten van zijn beoordelingsactiviteiten kunnen beïnvloeden, in het bijzonder van druk en beïnvloeding van de kant van personen of groepen van personen die belang hebben bij de resultaten van deze activiteiten.
2. Een technische dienst is een onafhankelijke organisatie of instantie die niet betrokken is bij het ontwerp, de fabricage, de levering of het onderhoud van het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid die hij beoordeelt, test of keurt.
Een organisatie of instantie die lid is van een beroepsvereniging of van een vakorganisatie die ondernemingen vertegenwoordigt die betrokken zijn bij het ontwerp, de fabricage, de levering of het onderhoud van de door haar beoordeelde, geteste of gekeurde voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden, kan geacht worden aan de voorschriften van de eerste alinea te voldoen op voorwaarde dat haar onafhankelijkheid en de afwezigheid van belangenconflicten aan de typegoedkeuringsinstantie van de betrokken lidstaat worden aangetoond.
3. Een technische dienst, zijn hoogste leidinggevenden en de personeelsleden die belast zijn met het uitvoeren van de activiteiten waarvoor zij overeenkomstig artikel 68, lid 1, zijn aangewezen, zijn niet de ontwerper, fabrikant, leverancier of voor het onderhoud verantwoordelijke van de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die zij beoordelen, en vertegenwoordigen geen partijen die bij deze activiteiten betrokken zijn. Dit belet echter niet het gebruik van die voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die nodig zijn voor het functioneren van de technische dienst of het gebruik van de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden voor persoonlijke doeleinden.
4. Een technische dienst zorgt ervoor dat de activiteiten van zijn dochterondernemingen of onderaannemers geen afbreuk doen aan de vertrouwelijkheid, objectiviteit en onpartijdigheid van de activiteitencategorieën waarvoor die dienst werd aangewezen.
5. Het personeel van een technische dienst is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie waarvan het bij de uitoefening van zijn taken uit hoofde van deze verordening kennisneemt, behalve ten opzichte van de typegoedkeuringsinstantie en, in voorkomend geval, van de nationale accreditatie-instantie, of op grond van het Unierecht of het nationale recht.