Art. 68 Verordening (EU) 2018/858, Aanwijzing van technische diensten

Verordening (EU) 2018/858

1. De typegoedkeuringsinstanties wijzen technische diensten aan voor een of meer van de volgende activiteitencategorieën, afhankelijk van hun competentiegebied:

a) categorie A: in deze verordening en in de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen genoemde tests die die technische diensten in eigen bedrijfsruimten uitvoeren;

b) categorie B: het toezicht op de in deze verordening en in de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen bedoelde tests, met inbegrip van de voorbereiding daarvan, indien die tests worden uitgevoerd in de bedrijfsruimten van de fabrikant of in de bedrijfsruimten van een derde;

c) categorie C: de beoordeling en monitoring op regelmatige basis van de door de fabrikant toegepaste procedures om de overeenstemming van de productie te controleren;

d) categorie D: het toezicht op of uitvoering van tests of keuringen voor de controle van de overeenstemming van de productie.

2. Elke lidstaat kan een typegoedkeuringsinstantie als technische dienst voor een of meer van de in lid 1 bedoelde activiteitencategorieën aanwijzen.

3. Een technische dienst wordt naar het recht van een lidstaat opgericht en bezit rechtspersoonlijkheid, met uitzondering van een technische dienst die deel uitmaakt van een typegoedkeuringsinstantie en met uitzondering van een geaccrediteerde interne technische dienst van de fabrikant, als bedoeld in artikel 72.

4. Een technische dienst sluit een aansprakelijkheidsverzekering af voor zijn activiteiten, tenzij die aansprakelijkheid op basis van het nationale recht door zijn lidstaat wordt gedekt of de lidstaat zelf rechtstreeks verantwoordelijk is voor de conformiteitsbeoordeling.

5. Technische diensten van een derde land die niet overeenkomstig artikel 72 zijn aangewezen, kunnen voor de toepassing van artikel 74 alleen worden aangewezen en alleen bij de Commissie worden aangemeld indien een bilaterale overeenkomst tussen de Unie en het betrokken derde land voorziet in de mogelijkheid om die technische diensten aan te wijzen. Dit belet een technische dienst die overeenkomstig lid 3 van dit artikel naar het recht van een lidstaat is opgericht, niet in derde landen dochterondernemingen op te richten mits die dochterondernemingen rechtstreeks door de aangewezen technische dienst worden beheerd en gecontroleerd.