Art. 28 Verordening (EU) 2018/858, EU-typegoedkeuringscertificaat

Verordening (EU) 2018/858

1. Het EU-typegoedkeuringscertificaat omvat de volgende bijlagen:

a) het in artikel 26, lid 4, bedoelde informatiepakket;

b) de in artikel 30 bedoelde testrapporten in het geval van typegoedkeuring van een systeem, onderdeel of technische eenheid, of het formulier met testresultaten in het geval van typegoedkeuring van een geheel voertuig;

c) in geval van typegoedkeuring van een geheel voertuig, de naam en handtekening van de persoon (personen) die gemachtigd is (zijn) om certificaten van overeenstemming te ondertekenen, met vermelding van zijn (hun) positie in het bedrijf;

d) in het geval van een typegoedkeuring van een geheel voertuig, een ingevuld exemplaar van het certificaat van overeenstemming van het voertuigtype.

2. Het EU-typegoedkeuringscertificaat krijgt een uniek nummer volgens een geharmoniseerd nummeringsysteem, op basis waarvan ten minste kan worden vastgesteld welke lidstaat de EU-typegoedkeuring heeft verleend en aan welke voorschriften het type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid voldoet.

3. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin respectievelijk de modellen voor het EU-typegoedkeuringscertificaat, het geharmoniseerde nummeringsysteem, en het formulier voor testresultaten worden vastgelegd, met inbegrip van de elektronische vormen daarvan. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. De eerste van die uitvoeringshandelingen wordt uiterlijk op 5 juli 2020 vastgesteld.

4. Voor elk type voertuig, systeem, onderdeel en technische eenheid dient de goedkeuringsinstantie:

a) alle relevante rubrieken van het EU-typegoedkeuringscertificaat in te vullen, met inbegrip van de bijlagen;

b) de inhoudsopgave van het in artikel 26, lid 4, bedoelde informatiepakket samen te stellen;

c) het ingevulde EU-typegoedkeuringscertificaat en de bijlagen onverwijld aan de fabrikant te verstrekken.

5. Indien een EU-typegoedkeuring overeenkomstig artikel 39, artikel 43 of deel III van bijlage II een beperkte geldigheid heeft, of indien sommige bepalingen van deze verordening of van de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen niet van toepassing zijn op een EU-typegoedkeuring, worden die beperkingen of de betrokken niet-toepasselijke bepalingen op het EU-typegoedkeuringscertificaat vermeld.

6. Indien een voertuigfabrikant de gemengde typegoedkeuringsprocedure kiest, dan vult de goedkeuringsinstantie het in artikel 26, lid 4, bedoelde informatiepakket in onder vermelding van de verwijzingen naar de in artikel 30, lid 1, bedoelde testrapporten, voor de systemen, onderdelen of technische eenheden waarvoor geen EU-typegoedkeuringscertificaat is afgegeven. De goedkeuringsinstantie geeft in het informatiepakket ook duidelijk aan volgens welke technische voorschriften van de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen het voertuig werd getest.

7. Indien een voertuigfabrikant de eenstapstypegoedkeuringsprocedure kiest, dan voegt de goedkeuringsinstantie bij het EU-typegoedkeuringscertificaat een lijst van toepasselijke regelgevingshandelingen die zijn opgesteld overeenkomstig het model dat is vastgelegd in de in lid 3 bedoelde uitvoeringshandelingen.