Art. 26 Verordening (EU) 2018/858, Algemene bepalingen inzake het verloop van procedures voor EU-typegoedkeuring

Verordening (EU) 2018/858

1. Voor elk type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid mag slechts één EU-typegoedkeuring worden verleend.

2. Een goedkeuringsinstantie waarbij overeenkomstig artikel 23 een aanvraag is ingediend, verleent alleen typegoedkeuring na verificatie van het volgende:

a) de in artikel 31 bedoelde regelingen inzake de overeenstemming van de productie;

b) dat de in artikel 23, lid 3, bedoelde verklaring is ingediend;

c) de conformiteit van het type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid met de toepasselijke voorschriften;

d) bij typegoedkeuringen van gehele voertuigen volgens de stapsgewijze, gemengde of meerfasentypegoedkeuringsprocedure verifieert de goedkeuringsinstantie overeenkomstig artikel 22, lid 4, dat voor de systemen, onderdelen en technische eenheden aparte en geldige typegoedkeuringen zijn verleend krachtens de voorschriften die bij het verlenen van de typegoedkeuring van het gehele voertuig van toepassing waren.

3. De procedures inzake EU-typegoedkeuring zoals opgenomen in bijlage III en de procedures inzake meerfasentypegoedkeuring zoals opgenomen in bijlage IX zijn van toepassing.

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlagen III en IX teneinde met technologische en regelgevingsontwikkelingen rekening te houden door de daarin vervatte procedures inzake EU-typegoedkeuring en meerfasentypegoedkeuring te actualiseren.

4. De goedkeuringsinstantie stelt een informatiepakket samen dat bestaat uit het in artikel 24 bedoelde informatiedossier plus de testrapporten en alle andere documenten die de technische dienst of de goedkeuringsinstantie tijdens de uitvoering van hun taken aan het informatiedossier hebben toegevoegd.

Het informatiepakket kan in elektronische vorm worden bewaard. Het bevat een inhoudsopgave waarin alle paginanummers en de vorm van elk document duidelijk worden aangegeven, en dat alle wijzigingen van de EU-typegoedkeuring chronologisch bijhoudt.

Na het verstrijken van de geldigheid van de betrokken EU-typegoedkeuring houdt de goedkeuringsinstantie het informatiepakket nog tien jaar lang beschikbaar.

5. De goedkeuringsinstantie weigert een EU-typegoedkeuring te verlenen indien zij oordeelt dat een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid, ook al voldoet het aan de toepasselijke voorschriften, toch een ernstig risico voor de veiligheid vormt of het milieu of de volksgezondheid ernstig zou kunnen schaden. In dat geval zendt zij de goedkeuringsinstanties van de andere lidstaten en de Commissie onmiddellijk een gedetailleerd dossier toe met een opgave van de redenen voor haar besluit en bewijsmateriaal voor haar bevindingen.

6. Bij stapsgewijze, gemengde en meerfasentypegoedkeuring weigert de goedkeuringsinstantie overeenkomstig artikel 22, lid 4, om een EU-typegoedkeuring te verlenen indien zij constateert dat systemen, onderdelen of technische eenheden niet voldoen aan de voorschriften van deze verordening of van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen.

De goedkeuringsinstantie verzoekt de goedkeuringsinstanties die een typegoedkeuring van de systemen, onderdelen of technische eenheden hebben verleend, om overeenkomstig artikel 54, lid 2, te handelen.