Art. 63 Richtlijn (EU) 2018/1972, Ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht
1. Wanneer deze richtlijn voorschrijft dat de nationale regelgevende instanties overeenkomstig de procedure van artikel 67 moeten bepalen of ondernemingen aanmerkelijke marktmacht hebben, is lid 2 van dit artikel van toepassing.
2. Een onderneming wordt geacht aanmerkelijke marktmacht te hebben wanneer zij, alleen of samen met andere, een aan machtspositie gelijkwaardige positie, namelijk een economische kracht bezit die haar in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klanten en uiteindelijk consumenten te gedragen.
Wanneer de nationale regelgevende instanties beoordelen of twee of meer ondernemingen gezamenlijk een machtspositie op de markt innemen, dienen zij meer in het bijzonder het Unierecht in acht te nemen en zich zeer zorgvuldig te houden aan de „Richtsnoeren voor de marktanalyse en de beoordeling van aanmerkelijke marktmacht”, die de Commissie bekend heeft gemaakt op grond van artikel 64.
3. Ingeval een onderneming aanmerkelijke marktmacht op een specifieke markt bezit, kan zij ook worden aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht op een nauw verwante markt als de koppelingen tussen beide markten van dien aard zijn dat de marktmacht op de specifieke markt op de nauw verwante markt zo kan worden gebruikt dat de marktmacht van de onderneming wordt vergroot. Bijgevolg kunnen op grond van de artikelen 69, 70, 71 en 74 oplossingen worden toegepast om een dergelijk gebruik op de nauw verwante markt te voorkomen.