Art. 6 Verordening (EU) 2017/2402, Risicobehoud
1. De initiator, de sponsor of de oorspronkelijke kredietverstrekker van een securitisatie behoudt doorlopend een materieel netto economisch belang in de securitisatie van niet minder dan 5 %. Die interesten worden gemeten bij de initiëring en worden bepaald door de notionele waarde van posten buiten de balansstelling. Indien de initiator, de sponsor of de oorspronkelijke kredietverstrekker niet onderling hebben afgesproken wie het materieel netto economisch belang zal behouden, behoudt de initiator het materieel netto economisch belang. Voor een gegeven securitisatie vindt geen meervoudige toepassing van de risicobehoudvereisten plaats. Het materieel netto economisch belang wordt niet over verschillende typen risicobehouders verdeeld en is niet het voorwerp van kredietrisicolimitering of -afdekking.
Voor de toepassing van dit artikel wordt een entiteit niet als een initiator beschouwd indien de entiteit alleen voor het securitiseren van blootstellingen is opgericht of opereert.
2. Een initiator kiest geen activa voor overdracht aan de SSPE met de bedoeling om, gemeten over de looptijd van de transactie of over maximaal vier jaar indien de looptijd van de transactie meer dan vier jaar bedraagt, verliezen op de aan de SSPE overgedragen activa te boeken die hoger zijn dan de verliezen gedurende dezelfde periode op vergelijkbare activa op de balans van de initiator. Indien de bevoegde autoriteit bewijs vindt waaruit de overtreding van dit verbod blijkt, onderzoekt de bevoegde autoriteit de prestaties van de aan de SSPE overgedragen activa en van vergelijkbare activa op de balans van de initiator. Indien de prestaties van de overgedragen activa aanzienlijk lager zijn dan die van de vergelijkbare activa op de balans van de initiator als gevolg van het voornemen van de initiator, legt de bevoegde autoriteit een sanctie op krachtens de artikelen 32 en 33.
3. Als behoud van een materieel netto economisch belang van niet minder dan 5 % in de zin van lid 1 komen alleen in aanmerking:
a) het behoud van niet minder dan 5 % van de nominale waarde van elk van de tranches die aan beleggers zijn verkocht of overgedragen;
b) in geval van revolverende securitisaties of securitisaties van revolverende blootstellingen, het behoud van het belang van de initiator van niet minder dan 5 % van de nominale waarde van elk van de gesecuritiseerde blootstellingen;
c) het behoud van willekeurig gekozen blootstellingen die niet minder dan 5 % vertegenwoordigen van de nominale waarde van de gesecuritiseerde blootstellingen, indien dergelijke niet-gesecuritiseerde blootstellingen anders in de securitisatie zouden zijn betrokken, mits het aantal potentieel gesecuritiseerde blootstellingen bij de initiatie niet minder dan 100 bedraagt;
d) het behoud van de eersteverliestranche en, indien daarmee geen 5 % van de nominale waarde van de gesecuritiseerde blootstellingen wordt behouden, zo nodig andere tranches met hetzelfde of een hoger risicoprofiel die geen vroegere vervaldag hebben dan die welke aan beleggers zijn overgedragen of verkocht, zodat de behouden waarde in totaal niet minder is dan 5 % van de nominale waarde van de gesecuritiseerde blootstellingen, of
e) het behoud van een eersteverliesblootstelling van niet minder dan 5 % van elke gesecuritiseerde blootstelling in de securitisatie.
4. Indien een in de Unie gevestigde gemengde financiële holding in de zin van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (24), een in de Unie gevestigde moederinstelling of financiële holding dan wel een van de dochterondernemingen daarvan in de zin van Verordening (EU) nr. 575/2013 als initiator of sponsor blootstellingen securitiseert van een of meer kredietinstellingen, beleggingsondernemingen of andere financiële instellingen die onder het toezicht op geconsolideerde basis vallen, kunnen de in lid 1 bedoelde vereisten worden vervuld op basis van de geconsolideerde situatie van de in de Unie gevestigde gelieerde moederinstelling, financiële holding of gemengde financiële holding.
De eerste alinea is alleen van toepassing indien kredietinstellingen, beleggings-ondernemingen of financiële instellingen die de gesecuritiseerde blootstellingen hebben gecreëerd, zich aan de vereisten in artikel 79 van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (25) houden, en aan de initiator of de sponsor en aan de in de Unie gevestigde moederkredietinstelling, financiële holding of gemengde financiële holding tijdig de informatie verstrekken die nodig is om aan de vereisten in artikel 5 van deze verordening te voldoen.
5. Lid 1 is niet van toepassing indien de gesecuritiseerde blootstellingen blootstellingen zijn die betrekking hebben op, of die volledig, onvoorwaardelijk en onherroepelijk gegarandeerd zijn door:
a) centrale overheden of centrale banken;
b) regionale en lokale overheden en publiekrechtelijke lichamen in de zin van artikel 4, lid 1, punt 8, van Verordening (EU) nr. 575/2013, van lidstaten;
c) instellingen waaraan op grond van deel 3, titel II, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 een risicogewicht van 50 % of minder wordt toegekend;
d) nationale stimuleringsbanken of -instellingen in de zin van artikel 2, punt 3, van Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad (26), of
e) de multilaterale ontwikkelingsbanken die staan vermeld in artikel 117 van Verordening (EU) nr. 575/2013.
6. Lid 1 is niet van toepassing op transacties die zijn gebaseerd op een duidelijke, transparante en toegankelijke index, indien de onderliggende referentie-entiteiten identiek zijn aan die van een index van entiteiten die op ruime schaal wordt verhandeld, of andere verhandelbare effecten zijn dan securitisatieposities.
7. De EBA ontwikkelt in nauwe samenwerking met de ESMA en de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen („Eiopa”), die bij Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad is opgericht (27), ontwerpen van technische reguleringsnormen tot specificering van de risicobehoudvereiste, in het bijzonder met betrekking tot:
a) de nadere regels voor het behouden van risico krachtens lid 3, waaronder de naleving via een synthetische of voorwaardelijke vorm van risicobehoud;
b) de meting van het niveau van het risicobehoud bedoeld in lid 1;
c) het verbod op het afdekken of verkopen van het behouden belang;
d) de voorwaarden voor risicobehoud op geconsolideerde basis in overeenstemming met lid 4;
e) de voorwaarden voor het vrijstellen van transacties op basis van een duidelijke, transparante en toegankelijke index als bedoeld in lid 6.
De EBA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juli 2018 bij de Commissie in.
De Commissie is bevoegd deze verordening aan te vullen door de in de dit lid bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 vast te stellen.