Art. 3 Verordening (EU) 2017/2402, Verkoop van securitisaties aan niet-professionele cliënten

Verordening (EU) 2017/2402

1. De verkoper van een securitisatiepositie mag een dergelijke positie niet verkopen aan een niet-professionele cliënt als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 11, van Richtlijn 2014/65/EU, tenzij aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

a) de verkoper van de securitisatiepositie heeft een geschiktheidstest verricht overeenkomstig artikel 25, lid 2, van Richtlijn 2014/65/EU;

b) de verkoper van de securitisatiepositie heeft zich er door middel van de onder a) vermelde geschiktheidstest van vergewist dat de securitisatiepositie geschikt is voor die niet-professionele cliënt;

c) de verkoper van de securitisatiepositie deelt de niet-professionele cliënt onmiddellijk in een verslag het resultaat van de geschiktheidstest mee.

2. Indien aan de in lid 1 vermelde voorwaarden wordt voldaan en de portefeuille van financiële instrumenten van die niet-professionele cliënt niet meer bedraagt dan 500 000 EUR, ziet de verkoper er, op basis van de overeenkomstig lid 3 door de niet-professionele cliënt verstrekte informatie, op toe dat de niet-professionele cliënt niet een geaggregeerd bedrag van meer dan 10 % van zijn portefeuille van financiële instrumenten in securitisatieposities belegt, en dat het in een of meer securitisatieposities belegde initiële minimumbedrag 10 000 EUR is.

3. De niet-professionele cliënt verstrekt de verkoper accurate informatie over zijn portefeuille van financiële instrumenten, met inbegrip van beleggingen in securitisatieposities.

4. Voor de toepassing van de leden 2 en 3 vallen kasdeposito’s en financiële instrumenten binnen de portefeuille van financiële instrumenten van de niet-professionele cliënt, maar vallen in onderpand gegeven financiële instrumenten daarbuiten.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen