Art. 42 Verordening (EU) 2017/2196, Instrumenten en voorzieningen
1. Elke TSB stelt de in artikel 24 van Verordening (EU) 2017/1485 bedoelde cruciale instrumenten en voorzieningen ten minste 24 uur ter beschikking indien de primaire stroomvoorziening uitvalt.
2. Elke overeenkomstig artikel 23, lid 4, aangewezen DSB en SNG, alsook elke aanbieder van hersteldiensten stelt de in artikel 24 van Verordening (EU) 2017/1485 bedoelde cruciale instrumenten en voorzieningen die worden gebruikt in het kader van het herstelplan minstens 24 uur ter beschikking indien de primaire stroomvoorziening uitvalt zoals vastgesteld door de TSB.
3. Elke TSB beschikt over minstens één geografisch afgescheiden reservecontrolecentrum. In het reservecontrolecentrum zijn ten minste de in artikel 24 van Verordening (EU) 2017/1485 bedoelde cruciale instrumenten en voorzieningen aanwezig. Elke TSB voorziet zijn reservecontrolecentrum van reservestroomvoorziening voor ten minste 24 uur indien de primaire stroomvoorziening uitvalt.
4. Elke TSB ontwikkelt een procedure om functies zo snel mogelijk van het hoofdcontrolecentrum naar het reservecontrolecentrum te verplaatsen, wat in elk geval maximaal drie uur mag duren. De procedure omvat het beheer van het systeem tijdens de verplaatsing.
5. Onderstations die overeenkomstig artikel 23, lid 4, als essentieel voor de procedures van het herstelplan worden beschouwd, zijn minstens 24 uur operationeel indien de primaire stroomvoorziening uitvalt. Wat de onderstations in de synchrone zone Ierland en Letland betreft, kan de minimale duur van het beheer bij het uitvallen van de primaire stroomvoorziening korter zijn dan 24 uur, en dit wordt op voorstel van de TSB goedgekeurd door de regelgevende instantie of een andere bevoegde instantie van de lidstaat.