Art. 40 Verordening (EU) 2017/2196, Informatie-uitwisseling
1. In aanvulling op de bepalingen van de artikelen 40 tot en met 53 van Verordening (EU) 2017/1485 mag elke TSB tijdens een nood-, black-out- of hersteltoestand de volgende informatie inwinnen:
a) bij de overeenkomstig artikel 23, lid 4, aangewezen DSB's, de nodige informatie over ten minste:
i) het deel van hun netwerk in eilandbedrijf;
ii) de mogelijkheid om delen van hun netwerk in eilandbedrijf te synchroniseren, en
iii) de geschiktheid om eilandbedrijf op te starten;
b) bij de overeenkomstig artikel 23, lid 4, aangewezen SNG's en bij aanbieders van hersteldiensten, informatie over ten minste de volgende omstandigheden:
i) de huidige status van de installatie;
ii) de operationele grenzen;
iii) de totale activeringstijd en de tijd die nodig is om de productie te verhogen, en
iv) de tijdgevoelige processen.
2. Tijdens de nood-, black-out- of hersteltoestand verstrekt elke TSB, indien hij hierover beschikt, tijdig de volgende informatie voor de toepassing van de procedures van het systeembeschermingsplan en het herstelplan:
a) aan de aangrenzende TSB's, informatie over ten minste:
i) de omvang en de grenzen van het gesynchroniseerde gebied of de gesynchroniseerde gebieden waartoe zijn regelzone behoort;
ii) de beperkingen voor het beheer van het gesynchroniseerde gebied;
iii) de maximumduur en de maximumhoeveelheid van het werkzame en blindvermogen dat via interconnectoren kan worden geleverd, en
iv) alle andere technische of organisatorische beperkingen;
b) aan de frequentieleider van zijn gesynchroniseerde gebied, informatie over ten minste:
i) de beperkingen voor de handhaving van eilandbedrijf;
ii) de beschikbare aanvullende belasting en productie, en
iii) de beschikbaarheid van operationele reserves;
c) aan de overeenkomstig artikel 11, lid 4, en artikel 23, lid 4, aangewezen DSB's die zijn aangesloten op het transmissienetwerk, informatie over ten minste:
i) de systeemtoestand van zijn transmissiesysteem;
ii) de grenswaarden van het werkzaam en blindvermogen, de blokbelasting en de stand van de trappenschakelaar en de stroomonderbreker bij de aansluitpunten;
iii) de informatie over de huidige en geplande status van de op de DSB aangesloten elektriciteitsproductie-eenheden, indien deze niet rechtstreeks beschikbaar is voor de DSB, en
iv) alle nodige informatie die tot verdere coördinatie met de op het distributienet aangesloten partijen leidt;
d) aan de aanbieders van beschermingsdiensten, informatie over ten minste:
i) de systeemtoestand van zijn transmissiesysteem, en
ii) de geplande maatregelen waarvoor de medewerking van de aanbieders van beschermingsdiensten is vereist;
e) aan de overeenkomstig artikel 23, lid 4, aangewezen DSB's en SNG's en aan de aanbieders van hersteldiensten, informatie over ten minste:
i) de systeemtoestand van zijn transmissiesysteem;
ii) de mogelijkheid en de plannen om de koppelingen te heractiveren, en
iii) de geplande maatregelen waarvoor hun medewerking is vereist.
3. De TSB's in de nood-, black-out-, of hersteltoestand wisselen onderling informatie uit over ten minste:
a) de omstandigheden die tot de huidige systeemtoestand van hun transmissiesysteem hebben geleid, voor zover ze gekend zijn, en
b) de mogelijke problemen waardoor ondersteuning van het werkzame vermogen nodig is.
4. Een TSB in de nood-, black-out-, of hersteltoestand verstrekt tijdig informatie over de systeemtoestand van zijn transmissiesysteem, en, indien beschikbaar, aanvullende informatie over de situatie van het transmissiesysteem:
a) aan de NEMO('s), die deze informatie overeenkomstig artikel 38 ter beschikking stellen van hun marktdeelnemers;
b) aan de desbetreffende nationale regelgevende instantie in overeenstemming met artikel 37 van Richtlijn 2009/72/EG, of aan de instanties bedoeld in artikel 4, lid 3, indien de nationale wetgeving uitdrukkelijk daarin voorziet, en
c) in voorkomend geval aan iedere andere relevante partij.
5. De TSB's stellen elke betrokken partij in kennis van het overeenkomstig artikel 43, leden 2 en 3, opgestelde testplan.