Art. 52 Verordening (EU) 2017/2195, Onbalansverrekening
1. Elke TSB of, voor zover relevant, elke derde partij verrekent in zijn programmeringszone of, voor zover van toepassing, programmeringszones, met elke BRP en voor elke periode voor onbalansverrekening overeenkomstig artikel 53, alle overeenkomstig de artikelen 49 en 54 berekende onbalansen tegen de passende onbalansprijzen die zijn berekend overeenkomstig artikel 55.
2. Uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening stellen alle TSB's een voorstel op om minstens het volgende verder te specificeren en te harmoniseren:
a) de berekening van een onbalansaanpassing overeenkomstig artikel 49 en de berekening van een positie, een onbalans en een toegewezen volume overeenkomstig een van de benaderingen van artikel 54, lid 3;
b) de belangrijkste componenten van de berekening van de onbalansprijs voor alle onbalansen overeenkomstig artikel 55, met inbegrip van, voor zover passend, de definitie van de waarde van vermeden activering van balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves of vervangingsreserves;
c) het gebruik van enkelvoudige prijsstelling voor alle onbalansen overeenkomstig artikel 55, waarbij één prijs wordt vastgesteld voor positieve onbalansen en negatieve onbalansen voor alle onbalansprijszones binnen een onbalansverrekeningsperiode, en
d) de definitie van voorwaarden en een methodologie voor dubbele prijsstelling van alle onbalansen overeenkomstig artikel 55, waarbij één prijs wordt vastgesteld voor positieve onbalansen en één prijs voor negatieve onbalansen voor alle onbalansprijszones binnen een onbalansverrekeningsperiode; dit omvat:
i) de voorwaarden waaronder een TSB aan zijn relevante regulerende instantie overeenkomstig artikel 37 van Richtlijn 2009/72/EG de toepassing van dubbele prijsstelling kan voorstellen, en de motivering die daarvoor moet worden verstrekt;
ii) de methodologie voor de toepassing van dubbele prijsstelling.
3. In het in lid 2 bedoelde voorstel kan een onderscheid worden gemaakt tussen self-dispatchingmodellen en centrale dispatchingmodellen.
4. In het in lid 2 bedoelde voorstel is bepaald dat het uiterlijk 18 maanden na de goedkeuring door alle relevante regulerende instanties overeenkomstig artikel 5, lid 2, ten uitvoer moet worden gelegd.