Art. 50 Verordening (EU) 2017/2195, Beoogde energie-uitwisselingen
1. Uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening stellen alle TSB's een voorstel op voor gemeenschappelijke verrekeningsregels die gelden voor alle beoogde energie-uitwisselingen die het resultaat zijn van één of meer van de onderstaande processen, overeenkomstig de artikelen 146, 147 en 148 van Verordening (EU) 2017/1485, voor elk van de volgende processen:
a) het vervangingsreserveproces;
b) het frequentieherstelproces met manuele activering;
c) het frequentieherstelproces met automatische activering;
d) het onbalansnettingsproces.
2. Elke TSB-TSB-verrekeningsfunctie voert de verrekening uit overeenkomstig de verrekeningsregels van lid 1.
3. Uiterlijk 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening stellen alle TSB's die intentioneel energie uitwisselen binnen een synchrone zone een voorstel op voor gemeenschappelijke verrekeningsregels die gelden voor beoogde energie-uitwisselingen die het resultaat zijn van één of beide van de volgende factoren:
a) het frequentiebegrenzingsproces overeenkomstig artikel 142 van Verordening (EU) 2017/1485;
b) de rampingperiode overeenkomstig artikel 136 van Verordening (EU) 2017/1485.
4. Uiterlijk 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening stellen alle asynchroon geconnecteerde TSB's die intentioneel energie uitwisselen tussen synchrone zones een voorstel op voor gemeenschappelijke verrekeningsregels die gelden voor beoogde energie-uitwisselingen die het resultaat zijn van één of beide van de volgende factoren:
a) het frequentiebegrenzingsproces voor het gegenereerde werkzame vermogen op het niveau van een synchrone zone, overeenkomstig de artikelen 172 en 173 van Verordening (EU) 2017/1485;
b) rampingbeperkingen voor het gegenereerde werkzame vermogen op het niveau van een synchrone zone, overeenkomstig artikel 137 van Verordening (EU) 2017/1485.
5. De gemeenschappelijke verrekeningsregels overeenkomstig lid 1 bevatten minstens het voorschrift dat de beoogde energie-uitwisseling moet worden berekend op basis van de volgende criteria:
a) met betrekking tot perioden waarover overeenstemming is bereikt tussen relevante TSB's;
b) per richting;
c) als de integraal van de berekende vermogensuitwisseling gedurende de perioden overeenkomstig lid 5, onder a).
6. De gemeenschappelijke regels voor de verrekening van beoogde uitwisselingen van energie overeenkomstig lid 1, onder a), b) en c), houden rekening met:
a) alle balanceringsenergieprijzen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 30, lid 1;
b) de methodologie voor de prijsstelling van zoneoverschrijdende capaciteit die gebruikt wordt voor de uitwisseling van balanceringsenergie overeenkomstig artikel 30, lid 3.
7. De gemeenschappelijke regels voor de verrekening van beoogde uitwisselingen van energie overeenkomstig lid 1, onder d), houden rekening met de methodologie voor de prijsstelling van zoneoverschrijdende capaciteit die gebruikt wordt voor de toepassing van het proces voor onbalansnetting overeenkomstig artikel 30, lid 3.
8. Alle TSB's stellen een gecoördineerd mechanisme vast voor hun onderlinge aanpassingen van verrekeningen.