Art. 34 Verordening (EU) 2017/2195, Overdracht van balanceringscapaciteit
1. In het geografische gebied waarin de inkoop van balanceringscapaciteit heeft plaatsgevonden, geven TSB's de BSP's toestemming om hun verplichtingen om balanceringscapaciteit ter beschikking te stellen, over te dragen. De betrokken TSB's mogen een vrijstelling vragen als de perioden voor het sluiten van overeenkomsten voor balanceringscapaciteit overeenkomstig artikel 32, lid 2, onder b), minder dan één week bedragen.
2. De overdracht van balanceringscapaciteit wordt toegestaan tot minstens één uur vóór de start van de dag van levering.
3. De overdracht van balanceringscapaciteit wordt toegestaan mits de volgende voorwaarden zijn vervuld:
a) de ontvangende BSP is geslaagd in het kwalificatieproces voor de balanceringscapaciteit waarvoor de overdracht wordt aangevraagd;
b) naar verwachting zal de overdracht van balanceringscapaciteit de operationele veiligheid niet in gevaar brengen;
c) de overdracht van balanceringscapaciteit overschrijdt de in de hoofdstukken 1 en 2 van deel IV, titel VIII, van Verordening (EU) 2017/1485 vastgestelde operationele grenzen niet.
4. In het geval zoneoverschrijdende capaciteit nodig is voor de overdracht van balanceringscapaciteit, wordt die overdracht alleen toegestaan als:
a) de zoneoverschrijdende capaciteit die nodig is voor de overdracht al beschikbaar is uit eerdere toewijzingsprocessen overeenkomstig hoofdstuk 2 van titel IV;
b) de zoneoverschrijdende capaciteit beschikbaar is overeenkomstig de methodologie voor de berekening van de waarschijnlijkheid van beschikbare zoneoverschrijdende capaciteit na de gate-sluitingstijd van de zoneoverschrijdende intradaymarkt overeenkomstig artikel 33, lid 6.
5. Als een TSB de overdracht van balanceringscapaciteit niet toestaat, verstrekt de betrokken TSB de reden voor de afwijzing aan de betrokken BSP's.