Art. 19 Verordening (EU) 2017/1485, Toezicht op en vaststelling van systeemtoestanden door TSB's
1. Elke TSB stelt in het realtimebeheer de toestand vast waarin zijn transmissiesysteem zich bevindt.
2. Elke TSB houdt binnen zijn regelzone toezicht op de volgende transmissiesysteemparameters op basis van realtimeafstandmetingen of berekende waarden uit zijn observatiezone, rekening houdend met de structurele en realtimegegevens overeenkomstig artikel 42:
a) stromen van werkzaam vermogen en blindvermogen;
b) de spanning van het railsysteem;
c) frequentie en frequentieherstelregelfout van zijn LFC-zone;
d) werkzaamvermogensreserve en blindvermogensreserve, en
e) productie en belasting.
3. Om de systeemtoestand te kunnen vaststellen, verricht elke TSB ten minste iedere 15 minuten een analyse van uitvalsituaties en controleert hij daarbij de overeenkomstig lid 2 vastgestelde transmissiesysteemparameters ten opzichte van de overeenkomstig artikel 25 vastgestelde operationeleveiligheidsgrenzen en de overeenkomstig artikel 18 vastgestelde systeemtoestandscriteria. Daarnaast houdt elke TSB ook toezicht op het niveau van beschikbare reserves ten opzichte van de reservecapaciteit. Bij het analyseren van uitvalsituaties houdt elke TSB rekening met het effect van remediërende maatregelen en de maatregelen uit het systeembeschermingsplan.
4. Indien het transmissiesysteem van de TSB zich niet in de normale toestand bevindt en die systeemtoestand geldt als een gebiedsoverschrijdende toestand, gaat de TSB als volgt te werk:
a) de TSB stelt door middel van een IT-tool voor de realtime-uitwisseling van gegevens op pan-Europees niveau alle TSB's in kennis van de systeemtoestand van zijn transmissiesysteem, en
b) de TSB verstrekt aan de andere TSB's aanvullende informatie over de elementen van zijn transmissiesysteem die deel uitmaken van hun observatiezone.