Art. 18 Verordening (EU) 2017/1485, Indeling van systeemtoestanden
1. Een transmissiesysteem bevindt zich in de normale toestand als aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
a) de spanning en de elektriciteitsstromen bevinden zich binnen de overeenkomstig artikel 25 vastgestelde operationeleveiligheidsgrenzen;
b) de frequentie voldoet aan de volgende criteria:
i) de frequentieafwijking in stationaire toestand ligt binnen het standaardfrequentiebereik, of
ii) de absolute waarde van de frequentieafwijking in stationaire toestand is niet groter dan de maximale frequentieafwijking in stationaire toestand, en de systeemfrequentiegrenswaarden voor de alarmtoestand worden niet bereikt;
c) de werkzaamvermogensreserve en de blindvermogensreserve zijn voldoende om uitvalsituaties uit de overeenkomstig artikel 33 vastgestelde lijst van uitvalsituaties op te vangen zonder de operationeleveiligheidsgrenzen te overschrijden;
d) de regelzone van de desbetreffende TSB is en blijft binnen de operationeleveiligheidsgrenzen na het treffen van remediërende maatregelen nadat een uitvalsituatie heeft plaatsgevonden die is opgenomen in de overeenkomstig artikel 33 vastgestelde lijst.
2. Een transmissiesysteem bevindt zich in de alarmtoestand wanneer aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
a) de spanning en de elektriciteitsstromen bevinden zich binnen de overeenkomstig artikel 25 vastgestelde operationeleveiligheidsgrenzen, en
b) de reservecapaciteit van de TSB neemt gedurende meer dan 30 minuten met meer dan 20 % af en die afname in het realtimesysteembeheer kan niet worden gecompenseerd, of
c) de frequentie voldoet aan de volgende criteria:
i) de absolute waarde van de frequentieafwijking in stationaire toestand is niet groter dan de maximale frequentieafwijking in stationaire toestand, en
ii) de absolute waarde van de frequentieafwijking in stationaire toestand is voortdurend groter dan 50 % van de maximale frequentieafwijking in stationaire toestand gedurende een tijdspanne langer dan de aankondigingstijd van de alarmtoestand, of is voortdurend groter dan 50 % van het standaardfrequentiebereik gedurende een tijdspanne langer dan de frequentiehersteltijd, of
d) ten minste één uitvalsituatie uit de overeenkomstig artikel 33 vastgestelde lijst van uitvalsituaties leidt tot overschrijding van de operationeleveiligheidsgrenzen van de TSB, zelfs nadat remediërende maatregelen zijn getroffen.
3. Een transmissiesysteem bevindt zich in de noodtoestand als aan ten minste één van de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
a) er is sprake van ten minste één overschrijding van de overeenkomstig artikel 25 vastgestelde operationeleveiligheidsgrenzen van een TSB;
b) de frequentie voldoet niet aan de overeenkomstig de leden 1 en 2 vastgestelde criteria voor de normale toestand en voor de alarmtoestand;
c) ten minste één maatregel uit het systeembeschermingsplan van de TSB is geactiveerd;
d) er is een storing in de werking van tools, middelen en voorzieningen overeenkomstig artikel 24, lid 1, als gevolg waarvan die tools, middelen en faciliteiten langer dan 30 minuten niet beschikbaar zijn.
4. Een transmissiesysteem bevindt zich in de black-outtoestand als aan ten minste één van de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
a) verlies van meer dan 50 % van het verbruik binnen de regelzone van de desbetreffende TSB;
b) totale afwezigheid van spanning binnen de regelzone van de desbetreffende TSB gedurende ten minste drie minuten, waardoor herstelplannen worden geactiveerd.
Een TSB voor de synchrone zones GB en IE/NI kan een voorstel formuleren inzake het verbruiksverliesniveau waarbij het transmissiesysteem wordt geacht zich in de black-outtoestand te bevinden. De TSB's voor de synchrone zones GB en IE/NI stellen het ENTSB voor elektriciteit hiervan in kennis.
5. Een transmissiesysteem bevindt zich in de hersteltoestand wanneer een TSB vanuit de noodtoestand of black-outtoestand begonnen is met activering van maatregelen uit zijn herstelplan.