Art. 48 Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891, Voorwaarden voor de toepassing van groen oogsten en niet oogsten

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891

1. Groen oogsten en niet oogsten als bedoeld in artikel 33, lid 3, eerste alinea, onder g), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 vullen de normale teeltpraktijken aan als een daarvan verschillende praktijk.

2. Nadat de concrete actie heeft plaatsgevonden, worden groenten en fruit die groen zijn geoogst of niet zijn geoogst, in hetzelfde groeiseizoen niet gebruikt voor verdere productiedoeleinden.

3. Maatregelen voor groen oogsten worden niet genomen met betrekking tot groenten en fruit waarvan de normale oogst al is begonnen, en maatregelen voor niet oogsten worden niet genomen wanneer het betrokken areaal tijdens de gewone productiecyclus al commerciële productie heeft opgeleverd.

De eerste alinea is niet van toepassing wanneer de groente- en fruitplanten een oogstperiode van meer dan één maand hebben. In zulke gevallen wordt met de in lid 4 bedoelde bedragen enkel de in de zes weken na de concrete actie voor groen oogsten en niet oogsten te oogsten productie vergoed. Nadat de actie heeft plaatsgevonden, worden deze groente- en fruitplanten in hetzelfde groeiseizoen niet gebruikt voor verdere productiedoeleinden.

Voor de toepassing van de tweede alinea kunnen de lidstaten de toepassing van maatregelen voor groen oogsten en niet oogsten verbieden indien, in het geval van groen oogsten, een aanzienlijk deel van de normale oogst heeft plaatsgevonden en, in het geval van niet oogsten, een aanzienlijk deel van de commerciële productie reeds is weggenomen. Een lidstaat die voornemens is deze bepaling toe te passen, legt in zijn nationale strategie vast wat hij als een aanzienlijk deel beschouwd.

Groen oogsten en niet oogsten worden niet toegepast voor hetzelfde product en hetzelfde areaal in een bepaald jaar, behalve voor de doeleinden van de tweede alinea, overeenkomstig welke beide concrete acties gelijktijdig mogen worden toegepast.

4. Bijstand voor groen oogsten wordt slechts verleend voor producten die fysiek op de velden aanwezig zijn en daadwerkelijk groen worden geoogst. De voor groen oogsten en niet oogsten betaalde vergoedingen, waaronder zowel de financiële bijstand van de Unie als de bijdrage van de producentenorganisatie vallen, zijn hectarebetalingen die de lidstaat in het kader van artikel 49, eerste alinea, onder a), vaststelt op een niveau dat niet meer dekt dan 90 % van het maximale bijstandsniveau voor het uit de markt nemen van producten dat van toepassing is op het uit de markt nemen van producten voor andere bestemmingen dan gratis verstrekking als bedoeld in artikel 34, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

5. Producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties melden de bevoegde autoriteiten van de lidstaten vooraf langs schriftelijke of elektronische weg dat zij van plan zijn om groen te oogsten of niet te oogsten.

Vorige artikelen

Volgende artikelen