Art. 30 Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891, Relatie met plattelandsontwikkeling, staatssteun en afzetbevorderingsprogramma's
Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891
1. Wanneer in het kader van een plattelandsontwikkelingsprogramma of plattelandsontwikkelingsprogramma's van een lidstaat bijstand is verleend aan concrete acties die identiek zijn aan acties die in aanmerking zouden kunnen komen voor bijstand in het kader van Verordening (EU) nr. 1308/2013, zorgt die lidstaat ervoor dat een begunstigde voor een bepaalde actie slechts bijstand kan ontvangen op grond van één regeling.
Wanneer een lidstaat dergelijke concrete acties in zijn plattelandsontwikkelingsprogramma of plattelandsontwikkelingsprogramma's opneemt, zorgt hij ervoor dat de nationale strategie de waarborgen, bepalingen en controles vermeldt die zijn ingevoerd om dubbele financiering van dezelfde actie of concrete actie te voorkomen.
2. Producentenorganisaties waaraan de in artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 of artikel 19 van Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie (9) bedoelde bijstand is verleend, voeren in dezelfde periode geen operationeel programma uit.
3. In voorkomend geval en onverminderd artikel 34, leden 1 en 3, en artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 mag het steunniveau voor onder die verordening vallende maatregelen niet hoger zijn dan dat voor maatregelen in het kader van het plattelandsontwikkelingsprogramma.
4. Bijstand voor milieuacties die identiek zijn aan agromilieuklimaatverbintenissen of verbintenissen op het gebied van biologische landbouw als bedoeld in respectievelijk artikel 28 en artikel 29 van Verordening (EU) nr. 1305/2013, blijft beperkt tot maximumbedragen die in bijlage II bij die verordening zijn vermeld voor agromilieuklimaatbetalingen of voor betalingen voor biologische landbouw. Deze bedragen mogen in naar behoren onderbouwde gevallen worden verhoogd om rekening te houden met specifieke omstandigheden die moeten worden gemotiveerd in de nationale strategie en in de operationele programma's van de producentenorganisaties.
5. Het bepaalde in lid 4 geldt niet voor milieuacties die niet direct of indirect betrekking hebben op een specifiek perceel.
6. Wanneer producentenorganisaties, unies van producentenorganisaties of brancheorganisaties bijstand ontvangen uit hoofde van afzetbevorderingsprogramma's die in het kader van Verordening (EU) nr. 1144/2014 van het Europees Parlement en de Raad (10) zijn goedgekeurd, zorgen de lidstaten ervoor dat een begunstigde voor een bepaalde actie slechts bijstand kan ontvangen op grond van één regeling.