Art. 37 Verordening (EU) 2017/460, Bevoegdheid om ontheffingen te verlenen

Verordening (EU) 2017/460

1. De nationale regulerende instanties kunnen, op verzoek van een entiteit die een interconnector exploiteert die overeenkomstig artikel 36 van Richtlijn 2009/73/EG een ontheffing van artikel 41, leden 6, 8 en 10, van die richtlijn, of een soortgelijke ontheffing, heeft genoten, een dergelijke entiteit gezamenlijk een ontheffing van de toepassing van een of meer artikelen van deze verordening verlenen overeenkomstig de leden 2 tot en met 6 van dit artikel wanneer de toepassing van die artikelen voor een dergelijke entiteit een of meer van de volgende negatieve gevolgen zou hebben. De toepassing ervan zou:

a) niet bevorderlijk zijn voor efficiënte gashandel en concurrentie;

b) geen stimulansen voor investeringen in nieuwe capaciteit of voor het behoud van de bestaande capaciteitsniveaus bieden;

c) de grensoverschrijdende handel onredelijk verstoren;

d) de concurrentie verstoren met andere infrastructuurbeheerders die diensten aanbieden die vergelijkbaar zijn met die van de interconnector;

e) niet uitvoerbaar zijn wanneer rekening wordt gehouden met de specifieke aard van deze interconnectoren.

2. De entiteit die verzoekt om een ontheffing uit hoofde van lid 1, voegt bij haar verzoek een gedetailleerde onderbouwing, met alle ondersteunende documenten, met inbegrip van, indien van toepassing, een kosten-batenanalyse, waaruit blijkt dat aan een of meer van de voorwaarden van lid 1, onder a) tot en met e), is voldaan.

3. De betrokken nationale regulerende instanties beoordelen gezamenlijk het verzoek om een ontheffing en behandelen het in nauwe samenwerking. Wanneer de relevante nationale regulerende instanties een ontheffing verlenen, specificeren zij de duur ervan in hun besluiten.

4. De nationale regulerende instanties stellen het Agentschap en de Commissie in kennis van hun besluiten tot verlening van zulke ontheffingen.

5. De nationale regulerende instanties kunnen een ontheffing intrekken indien de omstandigheden of de achterliggende redenen, of beide, niet meer van toepassing zijn of na een met redenen omklede aanbeveling van het Agentschap of de Commissie om een ontheffing in te trekken wegens een gebrek aan motivering.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen