Art. 28 Verordening (EU) 2016/1624, Terugkeeroperaties

Verordening (EU) 2016/1624

1. Zonder terugkeerbesluiten inhoudelijk te beoordelen verleent het Agentschap overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG de nodige bijstand en zorgt het op verzoek van een of meer deelnemende lidstaten voor de coördinatie of de organisatie van terugkeeroperaties, onder meer door voor dergelijke operaties vliegtuigen te charteren. Het agentschap mag op eigen initiatief de lidstaten voorstellen de terugkeeroperaties te coördineren of te organiseren.

2. De lidstaten stellen het Agentschap elke maand op de hoogte van hun indicatieve planning van het aantal terugkeerders en van de derde landen van terugkeer, zowel ten aanzien van relevante nationale terugkeeroperaties, als van de bijstand of coördinatie die zij nodig hebben van het Agentschap. Het Agentschap stelt een voortschrijdend operationeel plan op om de lidstaten die daarom verzoeken de nodige operationele versterking te bieden, waaronder door technische uitrusting. Het Agentschap kan op eigen initiatief of op verzoek van een lidstaat in het voortschrijdend operationeel plan de data en bestemmingen opnemen van terugkeeroperaties die het op basis van een behoefteanalyse nodig acht. De raad van bestuur beslist op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur over de modus operandi van het voortschrijdend operationeel plan.

3. Het Agentschap kan de noodzakelijke bijstand verlenen en kan ofwel op verzoek van de deelnemende lidstaten of op grond van een eigen voorstel zorgen voor de coördinatie of de organisatie van terugkeeroperaties waarvoor de vervoermiddelen en de begeleiders voor gedwongen terugkeer ter beschikking worden gesteld door een derde land van terugkeer („terugkeeroperaties waarbij personen worden opgehaald”). De deelnemende lidstaten en het Agentschap zorgen ervoor dat de eerbiediging van de grondrechten, het beginsel van non-refoulement en het evenredige gebruik van dwangmaatregelen gedurende de volledige terugkeeroperatie zijn gegarandeerd. Ten minste een vertegenwoordiger van een lidstaat en een toezichthouder voor gedwongen terugkeer van de bij artikel 28 ingestelde pool of van het nationale toezichtsysteem van de deelnemende lidstaat zijn aanwezig gedurende de volledige terugkeeroperatie tot aankomst in het derde land van terugkeer.

4. De uitvoerend directeur stelt onverwijld een terugkeerplan op voor de terugkeeroperaties waarbij personen worden opgehaald. De uitvoerend directeur en elke deelnemende lidstaat bereiken overeenstemming over het plan waarin de organisatorische en procedurele aspecten van de terugkeeroperatie waarbij personen worden opgehaald, zijn opgenomen, rekening houdend met de gevolgen voor de grondrechten en de risico's van dergelijke operaties. Voor wijzigingen of aanpassingen van dit plan is de instemming van de in lid 3 en dit lid bedoelde partijen vereist.

5. Het terugkeerplan van de terugkeeroperaties waarbij personen worden opgehaald, is bindend voor het Agentschap en elke deelnemende lidstaat. Het bestrijkt alle aspecten van het uitvoeren van de terugkeeroperatie waarbij personen worden opgehaald.

6. Op iedere terugkeeroperatie wordt toezicht uitgeoefend overeenkomstig artikel 8, lid 6, van Richtlijn 2008/115/EG. Het toezicht op gedwongen terugkeeroperaties wordt verricht door de toezichthouder voor gedwongen terugkeer op basis van objectieve en transparante criteria en bestrijkt de hele terugkeeroperatie, van de fase voorafgaand aan het vertrek tot en met de overdracht van de terugkeerders in het derde land van terugkeer. De toezichthouder voor gedwongen terugkeer legt een verslag over elke gedwongen terugkeeroperatie over aan de uitvoerend directeur, de grondrechtenfunctionaris en de bevoegde nationale autoriteiten van alle lidstaten die bij de desbetreffende operatie zijn betrokken. Indien noodzakelijk wordt passende follow-up verricht door de uitvoerend directeur respectievelijk de bevoegde nationale autoriteiten.

7. Indien het Agentschap zich zorgen maakt over de eerbiediging van de grondrechten bij een terugkeeroperatie, deelt het deze bezorgdheid mee aan de deelnemende lidstaten en de Commissie.

8. De uitvoerend directeur evalueert de resultaten van de terugkeeroperaties. Hij verstrekt de raad van bestuur om de zes maanden een gedetailleerd evaluatieverslag over alle terugkeeroperaties die tijdens het voorgaande semester zijn uitgevoerd, vergezeld van de opmerkingen van de grondrechtenfunctionaris. De uitvoerend directeur maakt een volledige vergelijkende analyse van deze resultaten met het oog op de verbetering van de kwaliteit, samenhang en doeltreffendheid van toekomstige terugkeeroperaties. De uitvoerend directeur neemt deze analyse op in het jaarlijks activiteitenverslag van het Agentschap.

9. Het Agentschap financiert of medefinanciert terugkeeroperaties uit zijn begroting, volgens de voor het Agentschap geldende financiële regeling, en geeft daarbij prioriteit aan terugkeeroperaties die door meer dan één lidstaat of vanuit hotspotgebieden worden uitgevoerd.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen