Art. 51 Verordening (EU) 2016/1388, Algemene bepalingen

Verordening (EU) 2016/1388

1. Elke regulerende instantie specificeert, na raadpleging van de relevante systeembeheerders, eigenaren van verbruiksinstallaties, DSB's en GDSB's en andere belanghebbenden op wie deze verordening invloed kan hebben, de criteria voor het toestaan van afwijkingen overeenkomstig de artikelen 52 en 53. Zij publiceert deze criteria op haar website en brengt deze uiterlijk negen maanden na de inwerkingtreding van deze verordening ter kennis van de Commissie. De Commissie kan een regulerende instantie verzoeken om criteria te wijzigen wanneer zij van oordeel is dat deze niet in overeenstemming zijn met deze verordening. Deze mogelijkheid om de criteria voor het toestaan van afwijkingen te evalueren en te wijzigen laat reeds toegestane afwijkingen onverlet, deze blijven geldig tot de geplande vervaldatum zoals vastgelegd in het besluit waarbij de afwijking wordt toegestaan.

2. Wanneer de regulerende instantie van mening is dat dit ten gevolge van gewijzigde omstandigheden met betrekking tot de ontwikkeling van de systeemeisen noodzakelijk is, kan zij de criteria voor het toestaan van afwijkingen hoogstens om het jaar herzien en aanpassen overeenkomstig lid 1. Deze wijzigingen van de criteria gelden niet voor reeds ingediende afwijkingsverzoeken.

3. De regulerende instantie kan besluiten dat transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, transmissiegekoppelde distributie-installaties, distributiesystemen en verbruikseenheden waarvoor overeenkomstig de artikelen 52 of 53 een afwijkingsverzoek is ingediend, niet hoeven te voldoen aan de eisen van deze verordening waarvoor om een afwijking is verzocht vanaf de dag dat het verzoek is ingediend tot het moment waarop de regulerende instantie haar besluit heeft genomen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen