Art. 48 Verordening (EU) 2016/1388, Bepaling van de kosten en baten van de toepassing van eisen op bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen en bestaande verbruikseenheden

Verordening (EU) 2016/1388

1. Voorafgaand aan de toepassing van een bij deze verordening vastgestelde eis op bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen en bestaande verbruikseenheden overeenkomstig artikel 4, lid 3, maakt de relevante TSB een kwalitatieve vergelijking van de aan de toepassing van die eis gerelateerde kosten en baten. Bij deze vergelijking wordt rekening gehouden met de beschikbare netwerkgebaseerde of marktgebaseerde alternatieven. De relevante TSB mag de kwantitatieve kosten-batenanalyse, overeenkomstig de leden 2 tot en met 5, uitsluitend initiëren als uit de kwalitatieve vergelijking blijkt dat de verwachte baten groter zijn dan de verwachte kosten. Indien echter de kosten als hoog of de baten als beperkt worden ingeschat, gaat de relevante TSB niet verder met dit onderzoek.

2. Na een voorbereidende fase overeenkomstig lid 1 voert de relevante TSB een kwantitatieve kosten-batenanalyse uit in verband met de toepassing op bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen en bestaande verbruikseenheden van elke in overweging genomen eis waarvan in de voorbereidende fase overeenkomstig lid 1 de potentiële baten zijn aangetoond.

3. Binnen een termijn van drie maanden na de afronding van de kosten-batenanalyse vat de relevante TSB zijn bevindingen samen in een verslag dat:

a) de kosten-batenanalyse bevat, alsmede een aanbeveling inzake de verdere gang van zaken;

b) een voorstel bevat inzake een overgangsperiode voor de toepassing van de eis op bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen en bestaande verbruikseenheden. Die overgangsperiode neemt niet meer dan twee jaar in beslag, vanaf de datum van het besluit inzake de toepassing van de eis van de regulerende instantie of indien van toepassing van de lidstaat;

c) wordt onderworpen aan een openbare raadpleging overeenkomstig artikel 9.

4. Uiterlijk zes maanden na beëindiging van de openbare raadpleging stelt de relevante TSB een verslag op met een toelichting van het resultaat van de raadpleging en met een voorstel over de toepassing van de eis in kwestie op bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen en bestaande verbruikseenheden. Het verslag en het voorstel worden ter kennis gebracht van de regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat, en de eigenaar van de verbruiksinstallatie, de DSB, de GDSB of, indien van toepassing, de derde partij wordt over de inhoud ervan geïnformeerd.

5. Het overeenkomstig artikel 4 door de relevante TSB bij de regulerende instantie of, indien van toepassing, de lidstaat ingediende voorstel omvat het volgende:

a) een bedrijfsvoeringsnotificatieprocedure om aan te tonen dat aan de eisen is voldaan door de bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen en bestaande verbruikseenheden die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem worden gebruikt om diensten voor vraagsturing aan relevante systeembeheerders of relevante TSB's te leveren;

b) een overgangsperiode voor het voldoen aan de eisen, waarbij rekening wordt gehouden met de categorieën transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, transmissiegekoppelde distributie-installaties, distributiesystemen en verbruikseenheden die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem worden gebruikt om diensten voor vraagsturing aan relevante systeembeheerders en relevante TSB's te leveren, en met alle onderliggende belemmeringen voor de efficiënte uitvoering van de wijziging/modernisering van de apparatuur.

Vorige artikelen

Volgende artikelen