Art. 32 Verordening (EU) 2016/1011, Erkenning van een in een derde land gevestigde beheerder
1. Tot het moment dat een gelijkwaardigheidsbesluit overeenkomstig artikel 30, lid 2 of lid 3, is genomen, kan een benchmark die wordt aangeboden door een beheerder die in een derde land is gevestigd, worden gebruikt door onder toezicht staande entiteiten in de Unie, op voorwaarde dat de beheerder voorafgaande erkenning door de bevoegde autoriteit van zijn referentielidstaat overeenkomstig dit artikel heeft gekregen.
2. Een beheerder in een derde land die voornemens is voorafgaande erkenning te verkrijgen in de zin van lid 1 van dit artikel, moet voldoen aan de in deze verordening gestelde vereisten, met uitzondering van artikel 11, lid 4, en de artikelen 16, 20, 21 en 23. De beheerder kan aan die voorwaarde voldoen door, naargelang het geval, de IOSCO-beginselen voor financiële benchmarks of de IOSCO-beginselen voor PRA's toe te passen, op voorwaarde dat die toepassing gelijkwaardig is met de naleving van de in deze verordening gestelde vereisten, met uitzondering van artikel 11, lid 4, en de artikelen 16, 20, 21 en 23.
Om te bepalen of is voldaan aan de in de eerste alinea genoemde voorwaarde en om de overeenstemming met, naargelang het geval, de IOSCO-beginselen voor financiële benchmarks of de IOSCO-beginselen voor PRA's te beoordelen, kan de bevoegde autoriteit van de referentielidstaat zich verlaten op een beoordeling door een onafhankelijke externe controleur of, wanneer de beheerder in een derde land is onderworpen aan toezicht, op de certificering die is verstrekt door de bevoegde autoriteit van het derde land waarin de beheerder is gevestigd.
Indien en voor zover de beheerder kan aantonen dat een door hem aangeboden benchmark een benchmark op basis van gereguleerde gegevens of een grondstoffenbenchmark is die niet is gebaseerd op indieningen van contribuanten die voor het merendeel onder toezicht staande entiteiten zijn, moet hij niet voldoen aan de eisen die van toepassing zijn op de aanbieding van benchmarks op basis van gereguleerde gegevens of grondstoffenbenchmarks als bedoeld in respectievelijk artikel 17 en artikel 19, lid 1.
3. Een beheerder die in een derde land is gevestigd en voornemens is voorafgaande erkenning te verkrijgen in de zin van lid 1, heeft een wettelijke vertegenwoordiger die in zijn referentielidstaat is gevestigd. De wettelijke vertegenwoordiger is een in de Unie gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die uitdrukkelijk is aangewezen door de beheerder in een derde land, en die namens de beheerder optreedt tegenover de autoriteiten en alle andere personen in de Unie met betrekking tot de verplichtingen van de beheerder uit hoofde van deze verordening. De wettelijke vertegenwoordiger vervult samen met de beheerder de toezichtfunctie met betrekking tot het aanbieden van benchmarks van de beheerder uit hoofde van deze verordening, en is in dat verband verantwoording verschuldigd aan de bevoegde autoriteit van de referentielidstaat.
4. De referentielidstaat van een beheerder in een derde land wordt als volgt vastgesteld:
a) wanneer een beheerder deel uitmaakt van een groep die één onder toezicht staande entiteit bevat die is gevestigd in de Unie, is de referentielidstaat de lidstaat waar die onder toezicht staande entiteit is gevestigd. Deze onder toezicht staande entiteit wordt aangewezen als de wettelijke vertegenwoordiger in de zin van lid 3;
b) indien punt a) niet van toepassing is, wanneer een beheerder deel uitmaakt van een groep die meer dan één onder toezicht staande entiteit bevat die is gevestigd in de Unie, is de referentielidstaat de lidstaat waar het grootste aantal onder toezicht staande entiteiten is gevestigd of, wanneer er evenveel onder toezicht staande entiteiten zijn, is de referentielidstaat de lidstaat waar de waarde van de financiële instrumenten, financiële overeenkomsten of beleggingsfondsen die de benchmark als referentie gebruiken, het hoogst is. Eén van de onder toezicht staande entiteiten die zijn gevestigd in de referentielidstaat die overeenkomstig dit punt is vastgesteld, wordt aangewezen als de wettelijke vertegenwoordiger in de zin van lid 3;
c) indien noch punt a) noch punt b) van dit lid van toepassing is, wanneer een of meer door de beheerder aangeboden benchmarks als referentie worden gebruikt voor financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de handel op een handelsplatform als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 24, van Richtlijn 2014/65/EU in een of meer lidstaten, is de referentielidstaat de lidstaat waar het financiële instrument dat een van deze benchmarks als referentie gebruikt, voor het eerst werd toegelaten tot de handel of op een handelsplatform werd verhandeld en nog steeds wordt verhandeld. Indien de betrokken financiële instrumenten gelijktijdig voor het eerst in verschillende lidstaten tot de handel werden toegelaten of op handelsplatformen werden verhandeld, en nog steeds worden verhandeld, is de referentielidstaat de lidstaat waar de waarde van de financiële instrumenten, financiële overeenkomsten of beleggingsfondsen die de benchmark als referentie gebruiken het hoogst is;
d) indien punten a), b) en c) niet van toepassing zijn, wanneer een of meer door de beheerder aangeboden benchmarks worden gebruikt door onder toezicht staande entiteiten in meer dan één lidstaat, is de referentielidstaat de lidstaat waar het grootste aantal van deze onder toezicht staande entiteiten is gevestigd of, wanneer er evenveel onder toezicht staande entiteiten zijn, is de referentielidstaat de lidstaat waar de waarde van de financiële instrumenten, financiële overeenkomsten of beleggingsfondsen die de benchmark als referentie gebruiken het hoogst is;
e) indien punten a), b), c) en d) niet van toepassing zijn en indien de beheerder met een onder toezicht staande entiteit een overeenkomst sluit om toestemming te verlenen voor het gebruik van een door hem aangeboden benchmark, is de referentielidstaat de lidstaat waar die onder toezicht staande entiteit is gevestigd.
5. Een beheerder die in een derde land is gevestigd en voornemens is voorafgaande erkenning te verkrijgen in de zin van lid 1, dient de aanvraag voor erkenning in bij de bevoegde autoriteit van zijn referentielidstaat. De aanvragende beheerder verstrekt alle inlichtingen die de bevoegde autoriteit nodig heeft om zich ervan te vergewissen dat hij op het moment van erkenning alle nodige regelingen heeft getroffen om te voldoen aan de in lid 2 genoemde vereisten en verstrekt een overzicht van zijn feitelijke of geplande benchmarks die kunnen worden gebruikt in de Unie, en geeft, indien van toepassing, de naam aan van de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor toezicht hierop in het derde land.
Binnen negentig werkdagen na ontvangst van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde aanvraag controleert de bevoegde autoriteit of aan de in de leden 2, 3 en 4 gestelde voorwaarden is voldaan.
Indien de bevoegde autoriteit van mening is dat niet is voldaan aan de in de leden 2, 3 en 4 gestelde voorwaarden, wijst zij de erkenningsaanvraag af, met opgave van de redenen voor die afwijzing. Bovendien wordt geen erkenning verleend tenzij aan de volgende bijkomende voorwaarden is voldaan:
a) wanneer de in een derde land gevestigde beheerder aan toezicht is onderworpen, bestaat er een passende samenwerkingsregeling tussen de bevoegde autoriteit van de referentielidstaat en de bevoegde autoriteit van het derde land waar de beheerder is gevestigd, in overeenstemming met de technische reguleringsnormen die overeenkomstig artikel 30, lid 5, worden vastgesteld, om een efficiënte informatie-uitwisseling te waarborgen zodat de bevoegde autoriteit haar taken overeenkomstig deze verordening kan uitoefenen;
b) de daadwerkelijke uitoefening door de bevoegde autoriteit van haar toezichtfuncties uit hoofde van deze verordening wordt niet verhinderd door de wetten, regelingen of administratieve bepalingen van het derde land waar de beheerder is gevestigd, noch, indien van toepassing, door beperkingen van de toezicht- en onderzoeksbevoegdheden van de toezichtautoriteit van dat derde land.
6. Indien de bevoegde autoriteit van de referentielidstaat van mening is dat een in een derde land gevestigde beheerder een benchmark aanbiedt die voldoet aan de voorwaarden voor niet-significante benchmarks, zoals bepaald in de artikelen 24 respectievelijk 26, moet zij ESMA daarvan onverwijld in kennis stellen. Zij staaft die beoordeling met de informatie die de beheerder bij de betrokken erkenningsaanvraag heeft verstrekt.
Binnen één maand na ontvangst van de in de eerste alinea bedoelde kennisgeving brengt ESMA aan de bevoegde autoriteit advies uit over de soort benchmark en de eisen die gelden voor de aanbieding ervan, zoals bepaald in de artikelen 24, 25 en 26. Het advies kan met name betrekking hebben op de vraag of ESMA van mening is dat aan de voorwaarden voor die soort is voldaan op basis van de informatie die de beheerder bij de erkenningsaanvraag heeft verstrekt.
De in lid 5 bedoelde termijn wordt geschorst vanaf de datum waarop ESMA de kennisgeving heeft ontvangen, totdat ESMA het advies overeenkomstig dit lid verstrekt.
Indien de bevoegde autoriteit van de referentielidstaat voorstelt een erkenning te verlenen die ingaat tegen het in de tweede alinea genoemde advies van ESMA, stelt zij ESMA daarvan met opgave van haar redenen in kennis. Het feit dat de bevoegde autoriteit dit advies naast zich neerlegt of voornemens is het naast zich neer te leggen, wordt door ESMA bekendgemaakt. ESMA kan eveneens per geval besluiten de redenen bekend te maken die de bevoegde autoriteit aanvoert om het advies naast zich neer te leggen. De betrokken bevoegde autoriteit wordt vooraf van deze bekendmaking op de hoogte gebracht.
7. De bevoegde autoriteit van de referentielidstaat stelt ESMA binnen vijf werkdagen in kennis van een besluit tot erkenning van een in een derde land gevestigde beheerder, samen met de lijst van de benchmarks die door de beheerder worden aangeboden en in de Unie kunnen worden gebruikt alsook, in voorkomend geval, de naam van de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor toezicht hierop in het derde land.
8. De bevoegde autoriteit van de referentielidstaat schort de overeenkomstig lid 5 verleende erkenning op of trekt deze in voorkomend geval in indien zij gegronde redenen heeft om op basis van gedocumenteerd bewijsmateriaal aan te nemen dat de beheerder handelt op een wijze die duidelijk afbreuk doet aan de belangen van gebruikers van zijn benchmarks of aan de ordelijke werking van markten, dat de beheerder een ernstige inbreuk heeft gepleegd op de desbetreffende voorschriften van deze verordening, of dat de beheerder valse verklaringen heeft afgelegd of andere onregelmatige middelen heeft gebruikt om de erkenning te verkrijgen.
9. ESMA kan ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen om de vorm en de inhoud van de in lid 5 bedoelde aanvraag en, met name, de presentatie van de in lid 6 vereiste informatie vast te stellen.
Indien dergelijke ontwerpen van technische reguleringsnormen worden ontwikkeld, legt ESMA die voor aan de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen in overeenstemming met de in de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde procedure.