Art. 30 Verordening (EU) 2016/1011, Gelijkwaardigheid

Verordening (EU) 2016/1011

1. Om een door een in een derde land gevestigde beheerder aangeboden benchmark of combinatie van benchmarks te gebruiken in de Unie overeenkomstig artikel 29, lid 1, moeten de benchmark en de beheerder worden opgenomen in het in artikel 36 bedoelde register. Om te worden opgenomen in het register moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

a) een gelijkwaardigheidsbesluit is vastgesteld door de Commissie in overeenstemming met lid 2 of lid 3 van dit artikel;

b) de beheerder beschikt over een vergunning of is geregistreerd in en is onderworpen aan toezicht in het betrokken derde land;

c) ESMA is door de beheerder in kennis gesteld van zijn instemming dat zijn huidige of geplande benchmarks kunnen worden gebruikt door onder toezicht staande entiteiten in de Unie, van de lijst van benchmarks waarvoor toestemming is verleend die in de Unie kunnen worden gebruikt, en van de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht daarop in het derde land, en

d) de in lid 4 van dit artikel bedoelde samenwerkingsregelingen zijn operationeel.

2. De Commissie kan een uitvoeringsbesluit vaststellen dat bepaalt dat het rechtskader en de toezichtpraktijk van een derde land waarborgen dat:

a) beheerders die over een vergunning beschikken of geregistreerd zijn in dat derde land, voldoen aan bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de vereisten van deze verordening, in het bijzonder rekening houdend met de vraag of het rechtskader en de toezichtpraktijk van een derde land de naleving waarborgen van de IOSCO-beginselen voor financiële benchmarks of, indien van toepassing, van de IOSCO-beginselen voor PRA's, en

b) de bindende vereisten voortdurend onderworpen zijn aan effectief toezicht en effectieve handhaving in dat derde land.

Dat uitvoeringsbesluit wordt vastgesteld overeenkomstig de in artikel 50, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

3. Als alternatief kan de Commissie een uitvoeringsbesluit nemen dat bepaalt dat:

a) bindende vereisten in een derde land met betrekking tot specifieke beheerders of specifieke benchmarks of benchmarkgroepen gelijkwaardig zijn aan de vereisten van deze verordening, in het bijzonder rekening houdend met de vraag of het rechtskader en de toezichtpraktijk van een derde land de naleving waarborgen van de IOSCO-beginselen voor financiële benchmarks of, indien van toepassing, van de IOSCO-beginselen voor PRA's, en

b) deze specifieke beheerders of specifieke benchmarks of benchmarkgroepen voortdurend zijn onderworpen aan effectief toezicht en effectieve handhaving in dat derde land.

Dat uitvoeringsbesluit wordt vastgesteld overeenkomstig de in artikel 50, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

4. ESMA sluit samenwerkingsregelingen met de bevoegde autoriteiten van derde landen waarvan het rechtskader en de toezichtpraktijk in overeenstemming met lid 2 of lid 3 als gelijkwaardig zijn erkend. In die regeling wordt minstens het volgende gespecificeerd:

a) het mechanisme voor de uitwisseling van informatie tussen ESMA en de bevoegde autoriteiten van de betrokken derde landen, inclusief toegang tot alle door ESMA gevraagde relevante informatie met betrekking tot de beheerder waaraan in dat derde land een vergunning is verleend;

b) het mechanisme voor directe kennisgeving aan ESMA wanneer een bevoegde autoriteit van een derde land van mening is dat de beheerder waaraan in dat derde land een vergunning is verleend en waarop zij toezicht uitoefent, de voorwaarden schendt van zijn vergunning of andere nationale wetgeving in het derde land;

c) de procedures betreffende de coördinatie van toezichthoudende activiteiten, met inbegrip van inspecties ter plaatse.

5. ESMA stelt een ontwerp van regelgevende technische normen op om de minimale inhoud te bepalen van de in lid 4 bedoelde samenwerkingsregelingen om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten en ESMA in staat zijn om al hun toezichthoudende bevoegdheden overeenkomstig deze verordening uit te oefenen.

Esma legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 1 april 2017 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde regelgevende technische normen vast te stellen in overeenstemming met de in de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde procedure.

Vorige artikelen

Volgende artikelen