Art. 12 Verordening (EU) 2016/1011, Methodologie
1. De beheerder gebruikt een methodologie voor het vaststellen van de benchmark die:
a) solide en betrouwbaar is;
b) duidelijke regels heeft die aangeven hoe en wanneer keuzevrijheid kan worden uitgeoefend bij het vaststellen van die benchmark;
c) zorgvuldig en continu is en kan worden gevalideerd, indien nodig met inbegrip van tests achteraf aan de hand van de beschikbare transactiegegevens;
d) veerkrachtig is en ervoor zorgt dat de benchmark kan worden berekend in de breedst mogelijke reeks van omstandigheden zonder de integriteit ervan in het gedrang te brengen;
e) traceerbaar en verifieerbaar is.
2. Bij de ontwikkeling van een benchmarkmethodologie handelt de benchmarkbeheerder als volgt:
a) hij houdt rekening met factoren zoals de omvang en normale liquiditeit van de markt, de transparantie van de handel en de posities van de marktdeelnemers, de marktconcentratie, de marktdynamiek en de geschiktheid van steekproeven als afspiegeling van de markt of economische realiteit die de benchmark moet meten;
b) hij bepaalt wat ten behoeve van die benchmark een actieve markt vormt, en
c) hij stelt de prioriteit vast die wordt toegekend aan verschillende typen inputgegevens.
3. De beheerder heeft duidelijke, bekendgemaakte regelingen ter beschikking waarin wordt aangegeven onder welke omstandigheden de kwantiteit of kwaliteit van inputgegevens onder het niveau zakt dat binnen de methodologie nodig is om de benchmark nauwkeurig en betrouwbaar vast te kunnen stellen, en waarin wordt beschreven of en hoe de benchmark in die omstandigheden moet worden berekend.