Art. 32 Verordening (EU) 2016/794, Beveiliging van de verwerking

Verordening (EU) 2016/794

1. Europol treft passende technische en organisatorische maatregelen om persoonsgegevens te beschermen tegen onbedoelde dan wel onrechtmatige vernietiging, onbedoeld verlies, ongeoorloofde verspreiding, wijziging en toegang, alsmede tegen enige andere vorm van ongeoorloofde verwerking.

2. Europol en alle lidstaten treffen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van gegevens maatregelen om:

a) te verhinderen dat onbevoegden toegang krijgen tot apparatuur voor de verwerking van persoonsgegevens (controle op de toegang tot de installatie);

b) te voorkomen dat onbevoegden de gegevensdragers lezen, kopiëren, wijzigen of meenemen (controle op de gegevensdragers);

c) te voorkomen dat onbevoegden gegevens invoeren of opgeslagen persoonsgegevens lezen, wijzigen of verwijderen (opslagcontrole);

d) te voorkomen dat onbevoegden de systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking gebruiken met behulp van datatransmissieapparatuur (gebruikerscontrole);

e) te waarborgen dat diegenen die bevoegd zijn voor het gebruik van een systeem voor geautomatiseerde gegevensverwerking, uitsluitend toegang krijgen tot de gegevens waarvoor hun recht van toegang geldt (controle op toegang tot gegevens);

f) te waarborgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld aan welke organen persoonsgegevens met behulp van datatransmissieapparatuur kunnen worden verstrekt of zijn verstrekt (transmissiecontrole);

g) te waarborgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld welke persoonsgegevens in systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking zijn ingevoerd, alsook wanneer en door wie de gegevens zijn ingevoerd (invoercontrole);

h) ervoor te zorgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld welke gegevens door welk personeelslid op welk tijdstip zijn opgevraagd (toegangsregistratie);

i) te voorkomen dat bij de overdracht van persoonsgegevens of bij het vervoer van gegevensdragers onbevoegden gegevens lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen (vervoerscontrole);

j) te waarborgen dat de gebruikte systemen bij storing onmiddellijk opnieuw kunnen worden ingezet (herstel); en

k) te waarborgen dat de functies van het systeem foutloos worden uitgevoerd, dat eventuele storingen in de functies onmiddellijk worden gesignaleerd (betrouwbaarheid) en dat opgeslagen gegevens niet door defecten van het systeem kunnen worden beschadigd (integriteit).

3. Europol en de lidstaten stellen mechanismen vast om de beveiliging rond alle informatiesystemen te garanderen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen