Art. 196 Verordening (EU) 2016/429, Abnormale sterftegevallen of andere ernstige symptomen
1. De exploitanten verplaatsen waterdieren slechts van een aquacultuurinrichting of uit het wild naar een andere aquacultuurinrichting of laten deze slechts vrij in het wild, wanneer de betrokken dieren:
a) geen symptomen van ziekte vertonen; en
b) afkomstig zijn van een aquacultuurinrichting of omgeving zonder abnormale sterftegevallen met onbekende oorzaak.
2. In afwijking van lid 1 kan de bevoegde autoriteit op basis van een risicobeoordeling toestemming verlenen voor een in dat lid bedoelde verplaatsing of vrijlating van waterdieren, op voorwaarde dat de betrokken dieren afkomstig zijn van een afdeling van de aquacultuurinrichting of een omgeving in het wild die niet is verbonden met de epidemiologische eenheid waarin de abnormale sterftegevallen of andere symptomen zich hebben voorgedaan.
Indien de in dit lid bedoelde verplaatsing of vrijlating naar een andere lidstaat geschiedt, verleent de bevoegde autoriteit slechts toestemming voor dergelijke verplaatsingen indien de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming en, in voorkomend geval, van de lidstaten van doorgang, ermee hebben ingestemd.