Art. 29 Richtlijn (EU) 2016/1629, Vaartuigen die van het toepassingsgebied van Richtlijn 82/714/EEG zijn uitgesloten
1. Het Uniebinnenvaartcertificaat wordt afgegeven voor vaartuigen die van het toepassingsgebied van Richtlijn 82/714/EEG van de Raad (12) zijn uitgesloten, maar die overeenkomstig artikel 2, lid 1, van deze richtlijn onder deze richtlijn vallen, na een technisch inspectie om na te gaan of het vaartuig aan de technische voorschriften als bedoeld in de bijlagen II en V bij deze richtlijn voldoet. Die technische inspectie wordt verricht na het verstrijken van het huidige certificaat van het vaartuig, en in geen geval later dan 30 december 2018.
2. Indien het vaartuig niet aan de technische voorschriften als bedoeld in de bijlagen II en V voldoet, wordt daarvan melding gemaakt in het Uniebinnenvaartcertificaat. Indien de bevoegde instanties van oordeel zijn dat deze tekortkomingen geen klaarblijkelijk gevaar opleveren, kunnen de in lid 1 van dit artikel bedoelde vaartuigen in bedrijf blijven totdat de onderdelen of ruimten van het vaartuig die zijn gecertificeerd als niet in overeenstemming met de voorschriften, zijn vervangen of aangepast, waarna die onderdelen of ruimten dienen te voldoen aan de technische voorschriften als bedoeld in de bijlagen II en V.
3. Vervanging van bestaande onderdelen door identieke onderdelen of technologisch en qua design gelijkwaardige onderdelen bij normale herstel- en onderhoudswerkzaamheden wordt niet als vervanging of aanpassing in de zin van lid 2 beschouwd.
4. Er is met name sprake van kennelijk gevaar in de zin van lid 2 wanneer de voorschriften in verband met de structurele deugdelijkheid, de vaar- of manoeuvreereigenschappen of de bijzondere kenmerken van het vaartuig overeenkomstig de technische voorschriften als bedoeld in de bijlagen II en V in het geding zijn. De ontheffingen waarin is voorzien in de technische voorschriften als bedoeld in de bijlagen II en V mogen niet worden aangemerkt als tekortkomingen die een kennelijk gevaar vormen.