Art. 5 Richtlijn (EU) 2016/801, Beginselen

Richtlijn (EU) 2016/801

1. Toelating van een derdelander in de zin van deze richtlijn is alleen mogelijk indien na controle van het dossier blijkt dat hij voldoet aan:

a) de algemene voorwaarden die zijn gesteld in artikel 7, en

b) de relevante specifieke voorwaarden die zijn gesteld in artikel 8, 11, 12, 13, 14 of 16.

2. De lidstaten mogen van de aanvrager verlangen dat hij de in lid 1 bedoelde bewijsstukken indient in een officiële taal van de betrokken lidstaat of in een van de officiële talen van de Unie, zoals bepaald door die lidstaat.

3. Wanneer aan alle algemene en aan de relevante specifieke voorwaarden is voldaan, heeft de derdelander recht op een vergunning.

Indien een lidstaat verblijfstitels alleen op het eigen grondgebied afgeeft en aan alle toelatingsvoorwaarden van deze richtlijn is voldaan, verstrekt de betrokken lidstaat de derdelander het vereiste visum.