Art. 32 Besluit (EU) 2016/849
Een vordering in verband met een overeenkomst of transactie waarvan de uitvoering, al dan niet rechtstreeks, geheel of gedeeltelijk werd geraakt door maatregelen die op grond van UNSCR 1718 (2006), 1874 (2009), 2087 (2013), 2094 (2013) of 2270 (2016) zijn opgelegd, waaronder maatregelen van de Unie of van de lidstaten die aansluiten bij, voorgeschreven worden door of samenhangen met de uitvoering van de relevante besluiten van de VN-Veiligheidsraad, of maatregelen die onder dit besluit vallen, ook een vordering tot schadeloosstelling of een soortgelijke vordering, zoals een vordering tot schadevergoeding of een garantievordering, met name een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, garantie of contragarantie, in het bijzonder een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm daarvan, wordt niet ingewilligd indien die vordering wordt ingesteld door:
a) de in bijlagen I, II of III vermelde personen en entiteiten;
b) andere personen of entiteiten in de DVK, met inbegrip van de regering en van overheidsinstanties, -bedrijven, -bureaus en -agentschappen van de DVK; of
c) personen of entiteiten die handelen voor rekening of ten behoeve van een van de in punt a) of punt b) bedoelde personen of entiteiten.