Art. 27 Besluit (EU) 2016/849
1. Alle tegoeden en economische middelen die rechtstreeks of onrechtstreeks eigendom zijn, in het bezit zijn, of onder zeggenschap staan van de hierna volgende personen en entiteiten worden bevroren:
a) de in bijlage I vermelde personen en entiteiten die door het Sanctiecomité of de VN-Veiligheidsraad zijn aangewezen als — inclusief via onrechtmatige middelen — betrokken bij, of steun verlenend aan programma's van de DVK in verband met kernwapens, ballistische raketten of andere massavernietigingswapens, of personen of entiteiten die namens hen of onder hun leiding handelen, of entiteiten die — inclusief via onrechtmatige middelen — hun eigendom zijn of onder hun zeggenschap staan;
b) de personen en entiteiten die niet onder bijlage I vallen, als genoemd in bijlage II:
i) die, inclusief door ondersteuning of bevordering, verantwoordelijk zijn voor programma's van de DVK in verband met kernwapens, ballistische raketten of andere massavernietigingswapens, of personen of entiteiten die namens hen of onder hun leiding handelen, of entiteiten die — inclusief via onrechtmatige middelen — hun eigendom zijn of onder hun zeggenschap staan,
ii) die financiële diensten verlenen of financiële of andere activa of middelen overbrengen naar, via of uit het grondgebied van de lidstaten, of via onderdanen van de lidstaten of entiteiten onder de jurisdictie daarvan, of via personen of financiële instellingen op het grondgebied van de lidstaten, indien deze financiële diensten of financiële of andere activa of middelen kunnen bijdragen tot de programma's van de DVK in verband met kernwapens, ballistische raketten of andere massavernietigingswapens, of personen of entiteiten die namens hen of onder hun leiding handelen of entiteiten die hun eigendom zijn of onder hun zeggenschap staan,
iii) die, inclusief door de levering van financiële diensten aan de DVK, betrokken zijn bij de levering, aan of vanuit de DVK, van wapens of aanverwant materieel van enigerlei aard, of de levering aan de DVK van voorwerpen, materieel, uitrusting, goederen en technologie die zouden kunnen bijdragen aan programma's van de DVK in verband met kernwapens, ballistische raketten of andere massavernietigingswapens;
c) de niet onder bijlage I of bijlage II vallende personen en entiteiten die handelen namens of onder leiding van een in bijlage I of bijlage II vermelde persoon of entiteit, en personen die helpen sancties te ontwijken of de bepalingen van UNSCR 1718 (2006), 1874 (2009), 2087 (2013), 2094 (2013) of 2270 (2016) of van dit besluit te overtreden, als genoemd in bijlage III bij dit besluit;
d) de entiteiten van de regering van de DVK of de Koreaanse Arbeiderspartij, of personen of entiteiten die namens hen of onder hun leiding handelen, of entiteiten waarvan zij de eigendom of de zeggenschap hebben, indien deze naar het inzicht van de lidstaat betrokken zijn bij de programma's van de DVK in verband met kernwapens of ballistische raketten, of andere activiteiten van de DVK die bij de UNSCR's 1718 (2006), 1874 (2009), 2087 (2013), 2094 (2013) of 2270 (2016) verboden zijn.
2. Er worden geen tegoeden of economische middelen direct of indirect ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van de in lid 1 bedoelde personen of entiteiten.
3. Uitzonderingen kunnen worden toegestaan voor tegoeden en economische middelen die:
a) noodzakelijk zijn om te voorzien in basisbehoeften, zoals betalingen voor voedsel, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen en geneeskundige behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en openbare nutsvoorzieningen;
b) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria of de vergoeding van kosten in verband met de verlening van juridische diensten; of
c) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten, overeenkomstig de nationale wetgeving, voor het routinematig houden of beheren van bevroren tegoeden en economische middelen,
mits de betrokken lidstaat het Sanctiecomité, in voorkomend geval, heeft kennisgegeven van zijn voornemen om de toegang tot de tegoeden en economische middelen toe te staan, en het Sanctiecomité niet binnen vijf werkdagen na de kennisgeving een negatief besluit heeft genomen.
4. Tevens kunnen uitzonderingen worden toegestaan voor tegoeden en economische middelen die:
a) noodzakelijk zijn ter dekking van uitzonderlijke uitgaven. In voorkomend geval zal de lidstaat eerst het Sanctiecomité hiervan in kennis stellen en zal die goedkeuring vragen aan het Sanctiecomité; of
b) het voorwerp zijn van een justitieel, administratief of arbitrair retentierecht of vonnis, in welk geval de tegoeden en economische middelen kunnen worden gebruikt om het retentierecht uit te oefenen of het vonnis ten uitvoer te leggen, mits het retentierecht is verkregen of het vonnis is gegeven voor de datum waarop de in lid 1 bedoelde persoon of entiteit is aangewezen door het Sanctiecomité, de VN-Veiligheidsraad of de Raad, en niet ten goede komt aan een in lid 1 bedoelde persoon of entiteit. In voorkomend geval geeft de betrokken lidstaat hiervan eerst kennis aan het Sanctiecomité.
5. Lid 2 is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:
a) rente of andere inkomsten op die rekeningen; of
b) betalingen die verschuldigd zijn wegens contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of zijn ontstaan vóór de datum waarop die rekeningen werden onderworpen aan beperkende maatregelen,
met dien verstande dat met betrekking tot de voormelde rente, andere inkomsten en betalingen lid 1 steeds van toepassing blijft.
6. Lid 1 belet niet dat een in bijlage II genoemde persoon of entiteit een betaling doet die verschuldigd is uit hoofde van een contract dat is gesloten voordat die persoon of entiteit op de lijst werd geplaatst, mits de betrokken lidstaat heeft vastgesteld dat:
a) het contract geen verband houdt met verboden voorwerpen, materialen, uitrusting, goederen, technologie, bijstand, opleiding, financiële bijstand, investeringen, tussenhandel of diensten, bedoeld in artikel 1;
b) de betaling niet direct of indirect wordt ontvangen door een in lid 1 bedoelde persoon of entiteit,
en nadat de betrokken lidstaat kennis heeft gegeven van zijn voornemen de betaling te verrichten of te ontvangen, dan wel te dien einde, naar gelang van het geval, toestemming te verlenen tot het vrijgeven van de bevroren tegoeden of economische middelen, tien werkdagen voordat de toestemming wordt verleend.
7. Wat betreft de Korea National Insurance Corporation (KNIC):
a) De betrokken lidstaten mogen toestaan dat personen of entiteiten uit de Unie betalingen van de KNIC ontvangen, op voorwaarde dat:
i) de betaling verschuldigd is:
a) overeenkomstig de bepalingen van een contract voor door de KNIC te verlenen verzekeringsdiensten die nodig zijn voor de activiteiten van de personen of entiteiten uit de Unie in de DVK, of
b) overeenkomstig de bepalingen van een contract voor door de KNIC te verlenen verzekeringsdiensten met betrekking tot schade die op het grondgebied van de Unie wordt veroorzaakt door een partij bij dat contract;
ii) de betaling niet direct of indirect wordt ontvangen door een in lid 1 bedoelde persoon of entiteit; en
iii) de betaling niet direct of indirect gerelateerd is aan activiteiten die bij dit besluit verboden zijn.
b) De betrokken lidstaten mogen toestaan dat personen en entiteiten uit de Unie betalingen aan de KNIC verrichten uitsluitend voor het afnemen van verzekeringsdiensten die noodzakelijk zijn voor de activiteiten van die personen of entiteiten in de DVK, op voorwaarde dat die activiteiten niet verboden zijn bij dit besluit.
c) Er is geen toestemming vereist voor betalingen door of aan de KNIC die nodig zijn voor de officiële doeleinden van een diplomatieke of consulaire missie van een lidstaat in de DVK.
d) Lid 1 belet niet dat de KNIC een betaling kan verrichten die verschuldigd is uit hoofde van een contract dat is gesloten voordat de KNIC op de sanctielijst werd geplaatst, op voorwaarde dat de betrokken lidstaat heeft vastgesteld dat:
i) het contract geen verband houdt met verboden voorwerpen, materialen, uitrusting, goederen, technologie, bijstand, opleiding, financiële bijstand, investeringen, tussenhandel of diensten, als bedoeld in dit besluit;
ii) de betaling niet direct of indirect wordt ontvangen door een in lid 1 bedoelde persoon of entiteit.
De lidstaten stellen elkaar in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is verleend.