Art. 39 Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447, Inkomende transfervluchten
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447
1. Wanneer bagage op een EU-luchthaven aankomt aan boord van een luchtvaartuig dat van een niet-EU-luchthaven komt en op deze EU-luchthaven wordt overgeladen in een ander luchtvaartuig dat een vlucht binnen de Unie uitvoert, zijn de leden 2 en 3 van toepassing.
2. Douanecontroles en -formaliteiten die van toepassing zijn op de ruimbagage worden verricht op de laatste internationale EU-luchthaven van aankomst van een vlucht binnen de Unie. Douanecontroles en -formaliteiten die van toepassing zijn op de ruimbagage die van een niet-EU-luchthaven komt en op een internationale EU-luchthaven wordt overgeladen op een luchtvaartuig dat een andere internationale EU-luchthaven op het grondgebied van dezelfde lidstaat tot bestemming heeft, kunnen echter worden verricht op de internationale EU-luchthaven waar de ruimbagage wordt overgeladen.
Douanecontroles en -formaliteiten die van toepassing zijn op de ruimbagage kunnen, in uitzonderlijke gevallen en in aanvulling op de controles en formaliteiten zoals bedoeld in de eerste alinea, worden verricht op de eerste internationale EU-luchthaven wanneer een dergelijke extra controle na controle van de handbagage nodig blijkt te zijn.
3. Douanecontroles en -formaliteiten die van toepassing zijn op de handbagage worden verricht op de eerste internationale EU-luchthaven.
Aanvullende douanecontroles en -formaliteiten die van toepassing zijn op de handbagage kunnen op de luchthaven van aankomst van een vlucht binnen de Unie uitsluitend in uitzonderlijke gevallen worden verricht, wanneer dergelijke extra controles na controle van de ruimbagage nodig blijken te zijn.