Art. 30 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, Rechtsgevolgen van een schorsing

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446

1. Wanneer een AEO-vergunning wordt geschorst wegens de niet-naleving van in artikel 39 van het wetboek genoemde criteria, wordt iedere andere beschikking ten aanzien van die AEO die gebaseerd is op de AEO-vergunning in het algemeen dan wel op een van de specifieke criteria die tot de schorsing van de AEO-vergunning hebben geleid, door de douaneautoriteit die de beschikking in kwestie heeft gegeven, geschorst.

2. De schorsing van een beschikking betreffende de toepassing van de douanewetgeving ten aanzien van een AEO leidt niet tot een automatische schorsing van de AEO-vergunning.

3. Wanneer een beschikking ten aanzien van een persoon die zowel een AEOS is als een marktdeelnemer aan wie een vergunning voor douanevereenvoudigingen is verleend zoals bedoeld in artikel 38, lid 2, onder a), van het wetboek (AEOC), wordt geschorst overeenkomstig artikel 16, lid 1, wegens niet-naleving van de voorwaarden van artikel 39, onder d), van het wetboek, wordt de AEOC-vergunning van deze persoon geschorst maar blijft zijn AEOS-vergunning geldig.

Wanneer een beschikking ten aanzien van een persoon die zowel een AEOS als een AEOC is, wordt geschorst overeenkomstig artikel 16, lid 1, wegens niet-naleving van de voorwaarden van artikel 39, onder e), van het wetboek, wordt de AEOS-vergunning van deze persoon geschorst maar blijft zijn AEOC-vergunning geldig.