Art. 147 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, Termijn waarbinnen de aangever in het geval van een aanvullende aangifte in het bezit van de bewijsstukken moet zijn
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446
1. De bewijsstukken die ontbraken bij de indiening van de vereenvoudigde aangifte, dienen in het bezit van de aangever te zijn binnen de termijn voor de indiening van de aanvullende aangifte in overeenstemming met artikel 146, leden 1 of 3.
2. De douaneautoriteiten kunnen in naar behoren gerechtvaardigde gevallen een langere dan de in lid 1 bedoelde termijn toestaan voor het beschikbaar stellen van de bewijsstukken. Deze termijn mag niet meer bedragen dan 120 dagen te rekenen vanaf de vrijgave van de goederen.
3. Wanneer het bewijsstuk de douanewaarde betreft, kunnen de douaneautoriteiten in naar behoren gerechtvaardigde gevallen een langere dan de in de leden 1 of 2 bedoelde termijn vaststellen met inachtneming van de in artikel 103, lid 1, van het wetboek genoemde verjaringstermijn.