Art. 145 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, Voorwaarden voor toestemming voor regelmatig gebruik van vereenvoudigde douaneaangiften
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446
1. Er wordt toestemming verleend om regelmatig goederen onder een douaneregeling te plaatsen met gebruikmaking van een vereenvoudigde aangifte in overeenstemming met artikel 166, lid 2, van het wetboek, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de aanvrager voldoet aan het in artikel 39, onder a), van het wetboek vastgestelde criterium;
b) de aanvrager beschikt, indien van toepassing, over toereikende procedures voor het omgaan met certificaten en vergunningen die hem zijn verleend in overeenstemming met handelspolitieke maatregelen of maatregelen in verband met de handel in landbouwproducten;
c) de aanvrager draagt er zorg voor dat relevante werknemers de opdracht hebben om de douaneautoriteiten kennis te geven van eventuele nalevingsproblemen en stelt procedures voor de kennisgeving van dergelijke problemen aan de douaneautoriteiten vast;
d) de aanvrager beschikt, indien van toepassing, over toereikende procedures voor het omgaan met invoer- en uitvoercertificaten in verband met verboden en beperkingen, waaronder maatregelen om een onderscheid te maken tussen goederen die zijn onderworpen aan verboden of beperkingen en andere goederen, en maatregelen om de naleving van deze verboden en beperkingen te waarborgen.
2. AEOC’s worden geacht aan de onder b), c) en d) van lid 1 bedoelde voorwaarden te voldoen, voor zover hun administratie passend is met het oog op de plaatsing van goederen onder een douaneregeling op basis van een vereenvoudigde aangifte.