Art. 6 Verordening (EU) 2015/1222, Criteria voor de aanwijzing van NEMO's

Verordening (EU) 2015/1222

1. Een kandidaat wordt als een NEMO aangewezen als hij voldoet aan de volgende voorwaarden:

a) hij beschikt over afdoende hulpmiddelen, of gaat daarvoor contracten aan, voor een gemeenschappelijke, gecoördineerde en aan de regelgeving voldoende uitvoering van eenvormige day-ahead- en/of intradaykoppeling, inclusief de hulpmiddelen die vereist zijn om de NEMO-functies uit te oefenen, de vereiste financiële middelen, de noodzakelijke informatietechnologie, de technische infrastructuur en de operationele procedures, of hij toont aan in staat te zijn om deze hulpmiddelen binnen een redelijke voorbereidende termijn beschikbaar te stellen alvorens zijn in artikel 7 bedoelde taken op te nemen;

b) hij is in staat ervoor te zorgen dat de marktdeelnemers een open toegang hebben tot informatie met betrekking tot de in artikel 7 bedoelde NEMO-taken;

c) hij is kostenefficiënt op het gebied van de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling en houdt in zijn interne boekhouding afzonderlijke rekeningen bij voor de MCO-functies en andere activiteiten teneinde kruissubsidiëring te voorkomen;

d) hij heeft een adequaat niveau van scheiding van bedrijfsactiviteiten met andere marktdeelnemers;

e) indien hij in een lidstaat is aangewezen als nationaal wettelijk monopolie voor day-ahead- en intradayhandelsdiensten, gebruikt hij de in artikel 5, lid 1, bedoelde vergoedingen niet ter financiering van zijn day-ahead- of intraday-activiteiten in een andere lidstaat dan die waarin de vergoedingen zijn geïnd;

f) hij is in staat alle marktdeelnemers op niet-discriminerende wijze te behandelen;

g) hij beschikt over passende marktbewakingsregelingen;

h) hij beschikt over de nodige transparantie- en vertrouwelijkheidsovereenkomsten met marktdeelnemers en de TSB's;

i) hij is in staat de nodige clearing- en afwikkelingsdiensten te leveren;

j) hij is in staat de vereiste communicatiesystemen en -routines voor de coördinatie met de TSB's van de lidstaat op te zetten.

2. De in lid 1 omschreven criteria worden zodanig toegepast dat de mededinging tussen NEMO's op een billijke en niet-discriminerende wijze verloopt.