Art. 2 Verordening (EU) 2015/1222, Definities

Verordening (EU) 2015/1222

Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 714/2009, artikel 2 van Verordening (EU) nr. 543/2013 van de Commissie (3) en artikel 2 van Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad (4).

Bovendien wordt verstaan onder:

1. „individueel netwerkmodel”: een reeks gegevens die de karakteristieke kenmerken van een elektriciteitssysteem (opwekking, basislast en netwerktopologie) omschrijven en daarmee verbonden regels om die kenmerken tijdens de capaciteitsberekening te wijzigen, die zijn opgesteld door de verantwoordelijke transmissiesysteembeheerders (TSB's) en moeten worden samengevoegd met andere individuele netwerkmodellen om het gemeenschappelijke netwerkmodel tot stand te brengen;

2. „gemeenschappelijk netwerkmodel”: een voor de gehele Unie geldende reeks gegevens waarover meerdere TSB's overeenstemming hebben bereikt en die de voornaamste kenmerken van het elektriciteitssysteem (opwekking, basislasten en netwerktopologie) omschrijven, alsook regels om die kenmerken tijdens het capaciteitsberekeningsproces te wijzigen;

3. „capaciteitsberekeningsregio”: een geografisch gebied waarbinnen een gecoördineerde capaciteitsberekening wordt toegepast;

4. „scenario”: de voorziene status van het elektriciteitssysteem binnen een bepaald tijdsbestek;

5. „nettopositie”: het saldo van de elektriciteitsinvoer en -uitvoer voor elke markttijdseenheid voor een biedzone;

6. „toewijzingsbeperkingen”: de beperkingen waarmee bij de capaciteitstoewijzing rekening moet worden gehouden om het transmissiesysteem binnen de operationele veiligheidsgrenzen te houden en die niet zijn vertaald in zoneoverschrijdende capaciteit of die vereist zijn om de efficiëntie van de capaciteitstoewijzing te verhogen;

7. „operationele veiligheidsgrenzen”: de aanvaardbare bedrijfsgrenzen voor veilig netwerkbeheer, waaronder thermische grenzen, spanningsgrenzen, kortsluitstroomgrenzen, frequentiegrenzen en grenzen met betrekking tot de dynamische stabiliteit;

8. „gecoördineerde nettotransmissiecapaciteitsaanpak”: de capaciteitsberekeningsmethode die is gebaseerd op het beginsel van voorafgaande beoordeling en omschrijving van een maximale uitwisseling van energie tussen aanpalende biedzones;

9. „stroomgebaseerde aanpak”: een capaciteitsberekeningsmethode waarbij uitwisseling van energie tussen biedzones beperkt is door vermogensoverdrachtverdelingsfactoren en beschikbare marges in kritische netwerkelementen;

10. „onvoorziene gebeurtenis”: een bekende en mogelijke of al voorgekomen storing in een element, met inbegrip van niet alleen de transmissiesysteemelementen maar ook de belangrijke netwerkgebruikers en distributienetwerkelementen, indien deze van belang zijn voor de operationele veiligheid van het transmissiesysteem;

11. „gecoördineerde capaciteitscalculator”: de met de berekening van de transmissiecapaciteit op regionaal of bovenregionaal niveau belaste entiteit of entiteiten;

12. „veranderingssleutel betreffende opwekking”: een methode waarmee een verandering van de nettopositie van een bepaalde biedzone wordt omgezet in geraamde specifieke injectieverhogingen of -verlagingen in het gemeenschappelijke netwerkmodel;

13. „remediërende maatregel”: elke maatregel die door een TSB of door verschillende TSB's manueel of automatisch wordt toegepast om de operationele veiligheid in stand te houden;

14. „betrouwbaarheidsmarge”: de vermindering van de zoneoverschrijdende capaciteit om de onzekerheid binnen de capaciteitsberekening te dekken;

15. „markttijd”: Midden-Europese zomertijd of Midden-Europese tijd, naargelang van wat op dat moment van toepassing is;

16. „congestie-ontvangsten”: de als gevolg van een capaciteitstoewijzing verkregen inkomsten;

17. „marktcongestie”: een situatie waarin de economische meerwaarde voor de eenvormige day-ahead- of intradaykoppeling wordt beperkt door de zoneoverschrijdende capaciteit of door toewijzingsbeperkingen;

18. „fysieke congestie”: elke situatie waarin een netwerk zich bevindt waarin de voorspelde of gerealiseerde vermogensstromen de thermische grenzen van de elementen van het net en de grenzen van de spannings- of fasehoekstabiliteit van het elektriciteitssysteem overschrijden;

19. „structurele congestie”: congestie in het transmissiesysteem die ondubbelzinnig kan worden gedefinieerd, voorspelbaar is, in geografisch opzicht langdurig stabiel is en herhaaldelijk onder normale elektriciteitssysteemomstandigheden voorkomt;

20. „matching”: de handelsmodus waarbij verkooporders worden toegewezen aan bijpassende kooporders teneinde maximalisering van de economische meerwaarde voor de eenvormige day-ahead- of intradaykoppeling te waarborgen;

21. „order”: de door een marktdeelnemer tot uitdrukking gebrachte intentie om energie of capaciteit onder specifieke uitvoeringsvoorwaarden te kopen of te verkopen;

22. „gematchte orders”: alle koop- en verkooporders, gematcht via het prijskoppelingsalgoritme of het continumatchingalgoritme;

23. „benoemde elektriciteitsmarktbeheerder (NEMO)”: een entiteit die door de bevoegde autoriteit is aangewezen om taken uit te voeren met betrekking tot eenvormige day-ahead- of eenvormige intradaykoppeling;

24. „gedeelde orderportefeuille”: een module van het continue intradaykoppelingssysteem waarmee alle matchbare orders worden ingezameld bij de benoemde elektriciteitsmarktbeheerders die deelnemen aan de eenvormige intradaykoppeling en waarmee dergelijke orders continu worden gematcht;

25. „transactie”: één of meer gematchte orders;

26. „eenvormige day-aheadkoppeling”: het veilingsproces waarbij ingezamelde orders worden gematcht en zoneoverschrijdende capaciteit wordt toegewezen, simultaan voor verschillende biedzones in de day-aheadmarkt;

27. „eenvormige intradaykoppeling”: het continue proces waarbij ingezamelde orders worden gematcht en zoneoverschrijdende capaciteit wordt toegewezen, simultaan voor verschillende biedzones in de intradaymarkt;

28. „prijskoppelingsalgoritme”: het algoritme dat bij eenvormige day-aheadkoppeling wordt gebruikt om simultaan orders te matchen en zoneoverschrijdende capaciteit toe te wijzen;

29. „continumatchingalgoritme”: het algoritme dat bij de eenvormige intradaykoppeling wordt gebruikt om op continue wijze orders te matchen en zoneoverschrijdende capaciteit toe te wijzen;

30. „marktkoppelingsbeheersfunctie (MCO-functie)”: de taak om de uit de day-ahead- en intradaymarkten voortkomende orders voor verschillende biedzones te matchen en simultaan zoneoverschrijdende capaciteiten toe te wijzen;

31. „clearingprijs”: de prijs die is bepaald door op de elektriciteitsmarkt de hoogste aanvaarde verkooporder en de laagste aanvaarde kooporder te matchen;

32. „geplande uitwisseling”: een elektriciteitsoverdracht die gepland is tussen geografische gebieden, voor elke markttijdseenheid en voor een bepaalde richting;

33. „calculator betreffende geplande uitwisselingen”: de met de berekening van geplande uitwisselingen belaste entiteit of entiteiten;

34. „tijdsbestek voor day-aheadmarkten”: het tijdsbestek van de elektriciteitsmarkt dat reikt tot de gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt en waarin voor elke markttijdseenheid producten worden verhandeld op de dag voorafgaand aan de leveringsdag;

35. „termijn voor day-aheadvastheid”: het tijdstip waarop zoneoverschrijdende capaciteit vast wordt;

36. „gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt”: het tijdstip tot waarop orders op de day-aheadmarkt worden aanvaard;

37. „tijdsbestek voor intradaymarkten”: het tijdsbestek van de elektriciteitsmarkt na de gate-openingstijd van de zoneoverschrijdende intradaymarkt en vóór de gate-sluitingstijd van de zoneoverschrijdende intradaymarkt waarin voor elke markttijdseenheid producten worden verhandeld voorafgaand aan de levering van de verhandelde producten;

38. „gate-openingstijd van de zoneoverschrijdende intradaymarkt”: het tijdstip waarop zoneoverschrijdende capaciteit tussen biedzones wordt vrijgegeven voor een bepaalde markttijdseenheid en een bepaalde biedzonegrens;

39. „gate-sluitingstijd van de zoneoverschrijdende intradaymarkt”: het tijdstip waarop zoneoverschrijdende capaciteitstoewijzing voor een bepaalde markttijdseenheid niet meer is toegestaan;

40. „capaciteitsbeheersmodule”: een systeem waarin up-to-date-informatie over de beschikbare zoneoverschrijdende capaciteit beschikbaar is met het oog op de toewijzing van zoneoverschrijdende intradaycapaciteit;

41. „niet-standaard-intradayproduct”: een product voor continue intradaykoppeling dat ofwel niet bestemd is voor constante energielevering ofwel bestemd is voor een periode van meer dan één markttijdseenheid en dat over specifieke kenmerken beschikt die bedoeld zijn om systeembeheerspraktijken of marktbehoeften weer te geven, bijvoorbeeld orders die betrekking hebben op meerdere markttijdseenheden of producten waarin aanloopkosten van productie-eenheden worden doorberekend;

42. „centrale tegenpartij”: de entiteit of entiteiten die belast is/zijn met de taken om contracten af te sluiten met marktdeelnemers, door vernieuwing van de uit het matchingproces resulterende contracten, en om de overdracht van nettoposities te organiseren die resulteren uit de capaciteitstoewijzing met andere centrale tegenpartijen of shipping agents;

43. „shipping agent”: de met het overdragen van nettoposities tussen verschillende centrale tegenpartijen belaste entiteit of entiteiten;

44. „vastheid”: een garantie dat rechten betreffende zoneoverschrijdende capaciteit ongewijzigd blijven en dat er compensatie wordt betaald als deze desondanks worden gewijzigd;

45. „overmacht”: elke onvoorzienbare of ongebruikelijke gebeurtenis waarover een TSB redelijkerwijs geen controle heeft en die niet door een fout van de TSB is veroorzaakt, die met redelijke vooruitziendheid of voorzorgsmaatregelen niet had kunnen worden voorkomen of kon worden verholpen en die niet kon worden opgelost door middel van uit technisch, financieel of economisch oogpunt redelijke maatregelen van de TSB, die daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en objectief verifieerbaar is en waardoor de TSB tijdelijk of definitief niet in staat is zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening na te komen;

46. „economische meerwaarde voor de eenvormige day-ahead- of intradaykoppeling”: de som van (i) de leveranciersmeerwaarde voor de eenvormige day-ahead- of intradaykoppeling voor de desbetreffende periode, (ii) de consumentenmeerwaarde voor de eenvormige day-ahead- of intradaykoppeling, (iii) de congestie-ontvangsten en (iv) andere aanverwante kosten en baten voor zover die de economische efficiëntie voor de desbetreffende periode verhogen, waarbij de leveranciers- en de consumentenmeerwaarde worden berekend op basis van het verschil tussen de aanvaarde orders en de clearingprijs per energie-eenheid vermenigvuldigd met het energievolume van de orders;

Uitspraken die dit artikel aanhalen