Art. 2 Verordening (EU) 2015/1095, Definities
1. De volgende definities zijn van toepassing:
a) „professionele koelbewaarkast”: een geïsoleerde koelinrichting waarin één of meer compartimenten zijn geïntegreerd die toegankelijk zijn via één of meer deuren of laden, die de temperatuur van levensmiddelen op continue wijze binnen voorgeschreven grenswaarden kan houden bij een bedrijfstemperatuur voor koelen of invriezen, met gebruikmaking van een dampcompressie-kringloop, en die bedoeld is voor het bewaren van levensmiddelen in niet-huishoudelijke omgevingen, maar niet voor het tonen aan of de toegang van klanten;
b) „snelkoeler/-vriezer”: een geïsoleerde koelinrichting die voornamelijk bestemd is om warme levensmiddelen snel af te koelen tot minder dan 10 °C bij koeling en tot minder dan – 18 °C bij invriezen;
c) „snelkoelkamer/-vrieskamer”: een afgescheiden ruimte met een voldoende grote deuropening en binnenruimte voor een persoon om er binnen te lopen, die voornamelijk bestemd is om warme levensmiddelen snel af te koelen tot minder dan 10 °C bij koeling en tot minder dan – 18 °C bij invriezen;
d) „capaciteit”: voor snelkoelers/-vriezers: het gewicht aan voedsel dat (door de snelkoeler/-vriezer) in één handeling kan worden verwerkt tot minder dan 10 °C bij koeling en tot minder dan – 18 °C bij invriezen;
e) „snelkoeler/-vriezer voor continuprocessen”: een snelkoeler/-vriezer waardoor via een transportband levensmiddelen worden gevoerd, om een continuproces van snelkoelen of -vriezen van de levensmiddelen mogelijk te maken;
f) „levensmiddelen”: voedsel, ingrediënten, dranken, inclusief wijn, en andere hoofdzakelijk voor consumptie bedoelde producten die op een bepaalde temperatuur moeten worden gekoeld;
g) „inbouwkoelbewaarkast”: een vaste geïsoleerde koelinrichting die bedoeld is om te worden geïnstalleerd in een meubel, een voorbereide nis in een wand of een soortgelijke locatie, en die verdere meubelafwerking vereist;
h) „inrij-bewaarkast”: een professionele bewaarkast met één enkel compartiment wat het mogelijk maakt daarin verrijdbare rekken met producten te rijden;
i) „doorrij-bewaarkast”: een professionele bewaarkast die van beide zijden toegankelijk is;
j) „bewaarkast met statische lucht”: een professionele bewaarkast zonder interne gedwongen luchtcirculatie, die specifiek is ontworpen om er temperatuurgevoelige levensmiddelen in te bewaren of om uitdroging te vermijden van levensmiddelen die niet luchtdicht zijn afgesloten, waarbij één enkel compartiment met statische lucht in de bewaarkast niet volstaat om die bewaarkast als bewaarkast met statische lucht te kwalificeren;
k) „koelbewaarkast voor zwaar gebruik”: een professionele koelbewaarkast die ononderbroken in elk compartiment een bedrijfstemperatuur voor koelen of invriezen kan handhaven in omgevingsomstandigheden die overeenkomen met klimaatklasse 5, zoals omschreven in tabel 3 van bijlage IV;
l) „open koelbewaarkast”: een professionele koelbewaarkast waarvan het gekoelde onderdeel van buitenaf kan worden bereikt zonder een deur of lade te openen en waarbij louter de aanwezigheid van één compartiment dat van buitenaf kan worden bereikt zonder een deur of lade te openen, met een nettovolume dat minder bedraagt dan 20 % van het totale nettovolume van de professionele koelbewaarkast, niet volstaat om als dusdanig te worden gekwalificeerd;
m) „saladette”: een professionele koelbewaarkast met één of meer in het verticale vlak geplaatste deuren of laden waarbij het bovenvlak beschikt over uitsparingen waarin tijdelijke opslagbakken kunnen worden geplaatst voor een gemakkelijk toegankelijke bewaring van levensmiddelen zoals onder meer toppings voor pizza's of ingrediënten voor slaatjes;
n) „diepvrieskist”: diepvriezer waarvan het (de) compartiment(en) vanaf de bovenkant van het apparaat toegankelijk is (zijn) of die zowel compartimenten van het kist- als van het kasttype heeft, maar waarvan de bruto-inhoud van het eerstgenoemde type meer dan 75 % van de totale bruto-inhoud van het apparaat uitmaakt;
o) „condensoreenheid”: een product met ten minste één elektrisch aangedreven compressor en één condensor, dat in een koelinrichting of -systeem zorgt voor koeling en het continue behoud van een lage of gemiddelde temperatuur en dat, aangesloten op een verdamper en een expansievoorziening, gebruikmaakt van een dampcompressie-kringloop;
p) „lage temperatuur”: de condensoreenheid kan zijn nominaal koelvermogen bereiken bij een verzadigde verdampingstemperatuur van – 35 °C;
q) „gemiddelde temperatuur”: de condensoreenheid kan zijn nominaal koelvermogen bereiken bij een verzadigde verdampingstemperatuur van – 10 °C;
r) „nominaal koelvermogen”: het in kW uitgedrukte koelvermogen dat via de dampcompressie-kringloop kan worden bereikt na aansluiting van de condensoreenheid op een verdamper en een expansievoorziening, bij vollast en gemeten onder nominale standaardomstandigheden bij een referentieomgevingstemperatuur van 32 °C;
s) „proces-chiller”: een product met ten minste één compressor en één verdamper, dat in een koelinrichting of -systeem zorgt voor koeling en het continue behoud van de temperatuur van een vloeistof; van de proces-chiller kunnen de condensor, de elementen waaruit het koelmiddelcircuit bestaat en andere hulpmiddelen al dan niet deel uitmaken;
t) „lage temperatuur”: de proces-chiller kan onder nominale standaardomstandigheden zijn nominaal koelvermogen bereiken bij een uitlaattemperatuur van een binnenshuis geplaatste warmtewisselaar van – 25 °C;
u) „gemiddelde temperatuur”: de proces-chiller kan onder nominale standaardomstandigheden zijn nominaal koelvermogen bereiken bij een uitlaattemperatuur van een binnenshuis geplaatste warmtewisselaar van – 8 °C;
v) „hoge temperatuur”: de proces-chiller kan onder nominale standaardomstandigheden zijn nominaal koelvermogen bereiken bij een uitlaattemperatuur van een binnenshuis geplaatste warmtewisselaar van 7 °C;
w) „nominaal koelvermogen”: het in kW uitgedrukte koelvermogen dat de proces-chiller bij vollast kan bereiken, gemeten onder nominale standaardomstandigheden bij een referentieomgevingstemperatuur van 35 °C voor luchtgekoelde koelers en een wateraanvoertemperatuur bij de condensor van 30 °C voor watergekoelde koelers.
x) „compressor pack/rack”: een product met ten minste één of meer elektrisch aangedreven koelcompressoren en een regelsysteem;
y) „absorptiechiller”: een proces-chiller waarin de koeling plaatsvindt door middel van een absorptieproces waarbij warmte als energiebron wordt gebruikt;
z) „dampcondensatiechiller”: een met een verdampingscondensor uitgeruste proces-chiller, waarin de koelvloeistof wordt gekoeld door een combinatie van bewegende lucht en het sproeien van water.