Art. 2 Verordening (EU) 2015/751, Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1. „accepteerder”: een betalingsdienstaanbieder die met een begunstigde een overeenkomst sluit voor de acceptatie en de verwerking van op kaarten gebaseerde betalingstransacties, waardoor een geldovermaking naar de begunstigde ontstaat;
2. „uitgever”: een betalingsdienstaanbieder die met een betaler een overeenkomst sluit voor het verstrekken van een betaalinstrument voor het initiëren en het verwerken van diens op kaarten gebaseerde betalingstransacties;
3. „consument”: een natuurlijke persoon die in het kader van een betalingsdienstovereenkomst die onder deze verordening valt, voor doeleinden buiten zijn handels-, bedrijfs- of beroepswerkzaamheden handelt;
4. „debetkaarttransactie”: een op kaarten gebaseerde betalingstransactie, transacties met een vooraf betaalde kaart daaronder begrepen, die geen kredietkaarttransactie is;
5. „kredietkaarttransactie”: een op kaarten gebaseerde betalingstransactie waarbij het bedrag van de transactie geheel of gedeeltelijk op een vooraf overeengekomen specifieke kalenderdatum aan de betaler wordt gedebiteerd volgens een vooraf overeengekomen kredietfaciliteit, al dan niet met aanrekening van rente;
6. „commerciële kaart”: een op kaarten gebaseerd betaalinstrument, uitgegeven aan ondernemingen, publiekrechtelijke lichamen of natuurlijke personen die op zelfstandige basis een beroepsactiviteit uitoefenen, waarvan het gebruik beperkt is tot de betaling van beroepskosten, en waarbij de met die kaart verrichte betalingen direct worden aangerekend op de rekening van de onderneming, het publiekrechtelijke lichaam of de natuurlijke persoon die op zelfstandige basis een beroepsactiviteit uitoefent;
7. „op kaarten gebaseerde betalingstransactie”: een op een infrastructuur voor betaalkaartschema's en bedrijfsregels gebaseerde dienst voor het verrichten van een betalingstransactie met behulp van een kaart, een telecommunicatie-, digitaal of IT-instrument of programmatuur indien dit in een debet- of kredietkaarttransactie resulteert. Transacties die op een andere soort van betalingsdienst gebaseerd zijn, zijn geen op kaarten gebaseerde betalingstransacties;
8. „grensoverschrijdende betalingstransactie”: een op kaarten gebaseerde betalingstransactie waarbij de uitgever en de accepteerder zich niet in dezelfde lidstaat bevinden, of waarbij het op kaarten gebaseerde betaalinstrument is uitgegeven door een uitgever die zich in een andere lidstaat dan de lidstaat van het verkooppunt bevindt;
9. „binnenlandse betalingstransactie”: een op kaarten gebaseerde betalingstransactie die geen grensoverschrijdende betalingstransactie is;
10. „afwikkelingsvergoeding”: een vergoeding die voor elke transactie direct of indirect (d.w.z. via een derde) wordt betaald tussen de uitgever en de accepteerder die bij een op kaarten gebaseerde betalingstransactie betrokken zijn. De nettocompensatie of andere overeengekomen vergoeding wordt beschouwd als deel uitmakend van de afwikkelingsvergoeding;
11. „nettocompensatie”: het nettototaalbedrag aan betalingen, kortingen of stimulansen die een uitgever van het betaalkaartschema, de accepteerder of een andere intermediair in verband met op kaarten gebaseerde betalingstransacties of daaraan gerelateerde activiteiten, heeft ontvangen;
12. „handelarenvergoeding”: een door de begunstigde aan de accepteerder betaalde vergoeding in verband met op kaarten gebaseerde betalingstransacties;
13. „begunstigde”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die de beoogde ontvanger is van de geldmiddelen waarop een betalingstransactie betrekking heeft;
14. „betaler”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die houder is van een betaalrekening en een betaalopdracht vanaf die betaalrekening toestaat, hetzij, bij ontbreken van een betaalrekening, een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een betaalopdracht geeft;
15. „betaalkaart”: een categorie van betaalinstrumenten waarmee de betaler een debet- of kredietkaarttransactie kan initiëren;
16. „betaalkaartschema”: een geheel van regels, praktijken, normen en/of uitvoeringsrichtsnoeren ten behoeve van de uitvoering van op kaarten gebaseerde betalingstransacties dat los staat van een infrastructuur die of een betaalsysteem dat de werking ervan ondersteunt, en dat een voor de werking van het schema verantwoordelijk(e) specifiek(e) besluitvormingsorgaan, -organisatie of -entiteit omvat;
17. „vierpartijenbetaalkaartschema”: een betaalkaartschema waarbij de op kaarten gebaseerde betalingstransacties van de betaalrekening van een betaler naar de betaalrekening van een begunstigde worden verricht door tussenkomst van het schema, een uitgever (voor de betaler) en een accepteerder (voor de begunstigde);
18. „driepartijenbetaalkaartschema”: een betaalkaartschema waarbij het schema zelf diensten aanbiedt voor de acceptatie en de uitgifte en op kaarten gebaseerde betalingstransacties binnen het schema worden verricht van de betaalrekening van een betaler naar de betaalrekening van een begunstigde. Een driepartijenbetaalkaartschema dat aan andere betalingsdienstaanbieders een licentie verleent voor de uitgifte van op kaarten gebaseerde betaalinstrumenten of de acceptatie van op kaarten gebaseerde betalingstransacties, of voor beide, of samen met een co-brandingpartner of via een agent op kaarten gebaseerde betaalinstrumenten uitgeeft, wordt als een vierpartijenbetaalkaartschema beschouwd;
19. „betaalinstrument”: tussen de betalingsdienstgebruiker en de betalingsdienstaanbieder overeengekomen gepersonaliseerd(e) instrument(en) en/of geheel van procedures en waarvan wordt gebruikgemaakt om een betaalopdracht te initiëren;
20. „op kaarten gebaseerd betaalinstrument”: betaalinstrument, met inbegrip van een kaart, mobiele telefoon, computer of enigerlei andere technologische drager met de passende betaalapplicatie, die de betaler in staat stelt een op kaarten gebaseerde betalingstransactie te initiëren die geen overmaking of automatische afschrijving in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 260/2012 is;
21. „betalingsapplicatie”: computerprogrammatuur of gelijkwaardige programmatuur die is geladen op een drager die het mogelijk maakt op kaarten gebaseerde betalingstransacties te initiëren en de betaler in staat stelt betaalopdrachten te geven;
22. „betaalrekening”: een rekening die op naam van één of meer betalingsdienstgebruikers staat en die wordt gebruikt voor het verrichten van betalingstransacties, inclusief via een specifieke rekening voor elektronisch geld als omschreven in artikel 2, onder punt 2), van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad (8);
23. „betaalopdracht”: door een betaler aan zijn betalingsdienstaanbieder gegeven instructie om een betalingstransactie uit te voeren;
24. „betalingsdienstaanbieder”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die gemachtigd is tot het aanbieden van de in de lijst in bijlage bij Richtlijn 2007/64/EG genoemde betalingsdiensten of erkend is als uitgever van elektronisch geld op grond van artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2009/110/EG. Een betalingsdienstaanbieder kan een uitgever, een accepteerder of beide zijn;
25. „betalingsdienstgebruiker”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de hoedanigheid van betaler, begunstigde of beide gebruik maakt van een betalingsdienst;
26. „betalingstransactie”: een namens of door de betaler, dan wel door de begunstigde geïnitieerde handeling waarbij geldmiddelen worden overgemaakt, ongeacht of er tussen de betaler en de begunstigde onderliggende verplichtingen bestaan;
27. „verwerking”: het verrichten van diensten voor het verwerken van een betalingstransactie, voor zover deze diensten de stappen betreffen die nodig zijn om een betalingsinstructie tussen accepteerder en uitgever af te handelen;
28. „verwerkingsentiteit”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die diensten voor de verwerking van betalingstransacties aanbiedt;
29. „verkooppunt”: het adres van de fysieke verkoopruimten van de handelaar waar de betalingstransactie wordt geïnitieerd. Daarbij geldt echter het volgende:
a) bij verkoop op afstand of overeenkomsten op afstand (d.w.z. elektronische handel) als omschreven in artikel 2, onder punt 7), van Richtlijn 2011/83/EU is het verkooppunt het adres van de vaste bedrijfsvestiging waar de handelaar zijn bedrijf uitoefent, ongeacht de website- of de serverlocatie via dewelke de betaaltransactie wordt geïnitieerd;
b) indien de handelaar geen vaste bedrijfsvestiging heeft, wordt het adres waarvoor de handelaar een geldige bedrijfsvergunning heeft op grond waarvan de betaaltransactie wordt geïnitieerd, als verkooppunt aangemerkt;
c) indien de handelaar geen vaste bedrijfsvestiging heeft en niet over een geldige bedrijfsvergunning beschikt, wordt als verkooppunt aangemerkt het correspondentieadres voor de belastingen in verband met de verkoopactiviteit in het kader waarvan de betaaltransactie wordt geïnitieerd;
30. „betaalmerk”: elk(e) materie(ë)l(e) of digita(a)l(e) naam, term, teken, symbool of een combinatie daarvan, waaruit blijkt via welk betaalkaartschema op kaarten gebaseerde betalingstransacties worden verricht;
31. „co-badging”: het incorporeren van twee of meer betaalmerken of betalingsapplicaties van hetzelfde merk op hetzelfde op kaarten gebaseerd betaalinstrument;
32. „co-branding”: het incorporeren van ten minste één betaalmerk en ten minste één niet-betaalmerk op hetzelfde op kaarten gebaseerd betaalinstrument;
33. „debetkaart”: een categorie van betaalinstrumenten waarmee de betaler een debetkaarttransactie kan initiëren, met uitsluiting van betalingen met een vooraf betaalde kaart;
34. „kredietkaart”: een categorie van betaalinstrumenten waarmee de betaler een kredietkaarttransactie kan initiëren;
35. „vooraf betaalde kaart”: een categorie van betaalinstrumenten waarop elektronisch geld als omschreven in artikel 2, punt 2, van Richtlijn 2009/110/EG, is opgeslagen.