Art. 64 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, Beoordeling van de aanvraag — Invorderbaarheid van het vermogensbestanddeel
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35
De toezichthoudende autoriteiten nemen, met het oog op de beoordeling van de invorderbaarheid van het vermogensbestanddeel als bedoeld in artikel 90, lid 4, onder b), van Richtlijn 2009/138/EG alle volgende elementen in aanmerking:
(a) of de invorderbaarheid van het vermogensbestanddeel wordt vergroot door de beschikbaarheid van zekerheden of een analoge regeling die aan de vereisten van de artikelen 209 tot en met 214 voldoet;
(b) of er een feitelijke of juridische belemmering aanwezig of te voorzien is voor de invorderbaarheid van het vermogensbestanddeel;
(c) of de invorderbaarheid van het vermogensbestanddeel niet aan wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften onderworpen is;
(d) het vermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming om af te dwingen dat de tegenpartijen hun verbintenissen uit hoofde van het aanvullendvermogensbestanddeel nakomen.