Art. 352 Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35, Beoordeling van de voorwaarden: procedures
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk zijn ”de betrokken toezichthoudende autoriteiten” de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten waar het hoofdkantoor is gelegen van de dochterondernemingen waarvoor een aanvraag is ingediend om aan de artikelen 238 en 239 van Richtlijn 2009/138/EG te worden onderworpen.
2. Wanneer de moederonderneming besluit om aanvragen met betrekking tot meerdere dochterondernemingen tegelijk in te dienen, worden deze aanvragen in overeenstemming met artikel 237 van Richtlijn 2009/138/EG gezamenlijk behandeld door de groepstoezichthouder en de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten.